Economie / Financieel
Uitdaging voor Nederlandse maakindustrie
De Nederlandse maakindustrie staat voor een uitdaging. Vergrijzing, aanhoudende personeelstekorten en hoge loonkosten zetten de sector zwaar onder druk terwijl de productiviteitsgroei stagneert. TNO roept op tot een versnelde en gecoördineerde inzet van robotisering en automatisering om het verdienvermogen van Nederland veilig te stellen.
De maakindustrie is goed voor 7% van het bruto binnenlands product en vormt daarmee één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sector is essentieel om maatschappelijke transities te financieren en de kosten voor nationale veiligheid te dragen. Toch dreigt de industrie haar positie te verliezen als er niet snel en structureel wordt geïnvesteerd in modernisering. De gevolgen van stilstand zijn al op korte termijn merkbaar. Binnen twee jaar leiden arbeidstekorten door onder andere vergrijzing tot stijgende kosten en inefficiënte productie. Op middellange termijn, binnen vijf jaar, loopt Nederland naar verwachting verdere productiviteitswinst mis en groeien verouderde productielijnen uit tot een structureel concurrentienadeel. Op lange termijn, binnen tien jaar, dreigt onomkeerbare schade: bedrijven die niet meer kunnen concurreren met internationale spelers, fabriekssluitingen, banenverlies en toenemende afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers. Een forse investering in robotisering biedt aantoonbare voordelen. Robots zijn langer inzetbaar dan de standaard werkdag van acht uur, ze verbeteren de productkwaliteit door het terugdringen van menselijke fouten en verlagen daarmee de productiekosten. Moderne robots worden bovendien steeds intelligenter door de integratie van artificiële intelligentie: ze zijn flexibeler inzetbaar, passen zich eenvoudiger aan veranderende omstandigheden aan en zijn sneller te programmeren. Om de versnelling te realiseren, pleit TNO voor een nationale robotiseringsagenda met heldere lange termijndoelen, bewaakt door een centrale taskforce.


