Virtueel prototypen en interfaces
Industrieel ontwerpers, productontwerpers, elektronica-ontwikkelaars, software- en hardwarefabrikanten/leveranciers, ze waren 15 april jl. te vinden op het User Interface Design (UID) event in De Basiliek te Veenendaal. De lustrumeditie van het UID event trok ook deze keer weer veel bekijks.
In februari 2013 was de eerste editie van het UID event en wie erbij was weet het waarschijnlijk nog goed. ’s Ochtends voor 8 uur aankomen bij het Evoluon in Eindhoven leek een schier onmogelijke opdracht vanwege het pak sneeuw dat was gevallen in het Brabantse. Voor de organisatie is het dan accepteren: er zijn altijd factoren, zoals het weer, waar je geen controle over hebt. Maar de eerste editie van het UID bewees eigenlijk juist het tegendeel: als de aantrekkingskracht van het programma sterk genoeg is dan vinden bezoekers echt wel een manier om langs te komen. Zelfs onder erbarmelijke weersomstandigheden.
Het programma was die eerste editie ook behoorlijk compleet, van Philips Healthcare dat vertelde over chirurgen die geen touchscreen kunnen bedienen met handschoenen tijdens de operatie tot aan een oplossing van Microchip die nu nog steeds ‘Minority Report-achtig’ overkomt: swipen met een magnetisch veld door je hand in de lucht te bewegen.
Waar het zwaartepunt vijf jaar geleden op dit evenement vooral lag op de produceerbaarheid en het praktisch toepassen van touchscreens plus het noodzakelijke grafische ontwerp is de focus inmiddels verplaatst naar design thinking, virtueel prototypen en ‘slimme’ materialen.
Om nog maar eens stil te staan bij het virtueel prototypen, bezoekers van de afgelopen editie hebben een indrukwekkende demonstratie mogen meemaken van het Deense Mjølner. De opbouw van de presentatie was eigenlijk als volgt: het productontwikkelingsproces treedt een nieuwe fase in. Door digitaal je prototypes en producten te testen en valideren met eindgebruikers overwin je de fysieke restricties die normaal gesproken aan dit tijdrovende proces kleven. Laat je R&D zij aan zij werken met het virtuele testsysteem van Mjølner en beperk zo de kosten en versnel de time to market.
Nu klinkt dat allemaal zeer veelbelovend maar hoe werkt het in de praktijk? De spreker zette de Oculus Rift op zijn hoofd en koos voor de ambiance van een winter cottage als achtergrond. De bezoekers genoten mee van het beeld op het grote scherm. Op het moment dat de verwachtingen hooggespannen waren, gebeurde het klassieke momentje waar je als evenementorganisator altijd voor waakt; de techniek faalde. Live tijdens de VR-demonstratie popte er een foutmelding op met een onbekende errorcode en weg was de VR en sfeerbeleving. De spreker liet zich gelukkig niet uit het lood slaan en na een herstart van het programma kwam alsnog de demonstratie. Uiteindelijk werd het iedereen duidelijk dat het virtueel testen van producten en interfaces heel goed mogelijk is in VR. De sympathie van de zaal was duidelijk hoorbaar in het spontane applaus achteraf.
Toen er achteraf werd gesproken met de Denen waren zij zeer te spreken over hoe de dag verder gelopen was. Ze hadden zoveel prospects opgedaan dat ze de sterke verantwoordelijkheid voelden om dit platform met de juiste klanten door te ontwikkelen. Maar niet alleen de software- en interface-ontwerpers hadden een goede dag; ook vele componentleveranciers, ontwikkelaars en ontwerpers waren constant in gesprek. Net als bij veel andere FHI events zit de kracht vaak in de combinatie van de informele setting en het inhoudelijk sterke netwerk. En de toekomst zal het leren in hoeverre er meer (rapid/virtual) prototyping of slimme materialen tot het kernprogramma van UID zullen gaan behoren.


