IP en ethernet als basis voor gebouwautomatisering

Het gebruik van Modbus als protocol moet worden beperkt. In de verdeler is het master/slave-principe van het Modbus-systeem nog toepasbaar, maar voor de distributie van data in de rest van de installatie of het gebouw verdient ethernet de voorkeur. Dat is de visie en keuze van Schneider Electric.

Volgens het concern zouden IP en ethernet het uitgangspunt moeten zijn in bestekken en ontwerpen. Modbus kent te veel beperkingen en is niet toekomstbestendig. De risico’s van een (te) complex bussysteem worden met Modbus groter naarmate er meer componenten worden toegepast. En de trend is dat gebouwbeheerders meer informatie uit installaties willen halen, waarvoor een toenemend aantal Modbus-componenten nodig zou zijn. Modbus-componenten zijn traditioneel zeer geschikt om data uit energiemeters te halen en via RS485-bekabeling naar een centraal opslagsysteem te sturen. Wanneer er echter veel componenten op een dergelijk bussysteem worden aangesloten, wordt dit steeds trager. Ook is de kans dat het ‘master/slave-principe’ bij uitbreidingen problemen oplevert levensgroot. Vandaar dat Schneider Electric adviseert om het gebruik van Modbus tot de verdeler te beperken. Ethernet biedt naast meer snelheid en minder complexiteit nog andere voordelen. Zo zorgt ethernet er ook voor dat veel andere systemen en installaties aan hetzelfde gebouwbeheersysteem of dezelfde centrale monitoring kunnen worden gekoppeld. Veel andere systemen en devices, met protocollen als BACnet en KNX, kunnen hun data eveneens via ethernet transporteren. Daarnaast beschikken steeds meer apparaten en installaties over een IP-uitgang, zodat een directe verbinding met ethernet voor de hand ligt. Wel is het daarbij van belang, zeker als het gebouw en/of de besturing van de installaties omvangrijk wordt, een ‘dedicated’ ethernet aan te leggen, aldus Schneider Electric.