Onderzoek - ontwikkeling en innovatie

Inzicht in de werking van bliksem

Een heldere flits, een luide knal en zwaar gerommel: onweer is een fascinerend en misschien ook een beetje een beangstigend weersverschijnsel. Hoewel er altijd onweer is geweest, bleef onderzoek naar de werking van bliksem lange tijd beperkt. Door gebruik te maken van LOFAR, de grote radiotelescoop van ASTRON, werden echter belangrijke doorbraken mogelijk.

LOFAR is een grote verzameling eenvoudige antennes, vergelijkbaar met sprietantennes op auto’s, die radiosignalen oppikken. Elke antenne afzonderlijk verschaft weinig informatie, maar ze zijn gebundeld in stations, waarvan er veel zijn. Al die stations tezamen vormen een geavanceerde en krachtige telescoop. Hierdoor werd het mogelijk in het plasma van bliksem te kijken, iets wat tot dan toe onmogelijk was vanwege technologische beperkingen. Eén van de grote ontdekkingen is een bliksemproces dat ‘naalden’ wordt genoemd. Een bliksemschicht heeft negatief en positief geladen uiteinden. Dit zijn plasmakanalen die ‘leaders’ worden genoemd; deze breiden zich uit door de lucht. De negatieve uiteinden zijn gemakkelijk waar te nemen met radio-antennes. De positieve veel minder gemakkelijk. Dankzij LOFAR kan men dieper graven en structuren langs het positieve ‘leader’-kanaal waarnemen, dingen die zijwaarts uitstaken, zoals naalden aan een tak. Het unieke is dat de dingen die naalden worden genoemd, pas ontstonden na het moment waarop werd verwacht dat de bliksemschicht zich zou vertakken. Ze ontstonden meerdere keren en knipperden met een regelmatig interval van 5 milliseconden. Een beetje zoals lampjes in een kerstboom.


Meer nieuws over Onderzoek - ontwikkeling en innovatie