FME: versterk industrie

Het kabinet en het bedrijfsleven moeten de ambitie hebben om minstens 2,5% van het bruto binnenlands product beschikbaar te stellen om onderzoek en ontwikkeling in de technologische industrie te steunen. Op die manier moet de concurrentiepositie van ons land verder worden versterkt. Momenteel geeft de Nederlandse overheid 1,98% uit en dat is te weinig, stelt voorzitter Ineke Dezentjé Hamming van FME vandaag in De Telegraaf.

De FME-voorzitter vindt verder dat er een minister voor Digitalisering moet komen. Deze bewindspersoon moet een coördinerende rol spelen tussen verschillende departementen in Den Haag en de digitaliseringsagenda uitvoeren. “Op die manier kunnen we werkgelegenheid behouden en terughalen. In Denemarken is er al een minister van Groei en Banen en dat werkt erg goed.”

Verder wil FME dat het Centraal Planbureau de verkiezingsprogramma’s van de verschillende politieke partijen op een andere manier gaat doorrekenen. “Op dit moment wordt er onvoldoende rekening gehouden met wat investeringen in innovatie en onderwijs uiteindelijk opleveren. Innovatie wordt nog te vaak gezien als een kostenpost. Het rekenmodel moet daarom op de schop”, aldus Dezentjé Hamming.

Volgens de FME-voorzitter staat het kabinet voor enkele grote uitdagingen, onder meer op het gebied van werkgelegenheid. De robotisering neemt in rap tempo toe, terwijl grote groepen werkenden en werklozen totaal niet zijn voorbereid op deze ontwikkelingen. “Het is van groot belang dat er wordt ingezet op scholing. We moeten voorkomen dat we straks te maken krijgen met Philip Morris-taferelen zoals destijds in Bergen op Zoom. Daar verloren meer dan 1200 werknemers hun baan. Op zo’n moment moet je klaarstaan voor de volgende stap op de arbeidsmarkt.”