Energiecentrale zonder CO2-uitstoot
Om waterstof als brandstof voor de Magnum-centrale in de Groninger Eemshaven in te zetten, gaan Nuon, Gasunie en het Noorse Statoil samenwerken. Ze starten daartoe een innovatieproject dat erop is gericht om vanaf 2023 één van de drie units van de centrale over te schakelen op waterstof.
Dit is een belangrijke stap op weg naar een geheel CO2-vrije energievoorziening. Hiermee komt ook de ‘superbatterij’ waar Nuon aan werkt een stap dichterbij. De Magnum-centrale is bijzonder geschikt voor dit project omdat deze ontworpen is voor toepassing van meerdere brandstoffen. Zo kan met dit innovatieve project belangrijke ervaring worden opgedaan om te komen tot een CO2-vrije elektriciteitsproductie. Binnen het samenwerkingsverband richt Statoil zich op de productie van waterstof. Dit gebeurt door Noors aardgas om te zetten in waterstof en CO2. Die laatste wordt in Noorwegen ondergronds opgeslagen voor de Noorse kust, waar Statoil al ruim 20 jaar CO2 afvangt uit het Sleipner-veld. Gasunie doet binnen dit project onderzoek naar de mogelijkheden voor het transport van de waterstof naar de Magnum-centrale en de mogelijkheden om de waterstof zo nodig tijdelijk op te slaan. Nuon zet de waterstof in voor verbranding ten behoeve van elektriciteitsproductie. De uiteindelijke uitstoot bestaat voornamelijk uit waterdamp. Vanaf 2030 kan waterstof wellicht uit duurzaam geproduceerde ammoniak worden gewonnen. Die wordt dan geproduceerd met elektriciteit uit wind en zon – bijvoorbeeld bij een overschot aan duurzame energie. Vervolgens kan op een later moment uit de ammoniak weer waterstof gehaald worden. Ammoniak fungeert dan dus als opslagmedium voor waterstof, en daarmee wordt Magnum een superbatterij.


