Onderzoek - ontwikkeling en innovatie
Autonoom vliegen vanaf de parkeerplaats
In de TU Delft Dream Hall werkt het nieuwe Albatross-team aan een radicale visie op de toekomst van vliegen: elektrisch, autonoom en toegankelijk voor iedereen, met een vertrekpunt vanaf een gewone parkeerplaats. Het doel is om de technische haalbaarheid aan te tonen en wetenschappelijke inzichten sneller om te zetten in concrete innovaties.
“Iedereen droomt ervan om zelf te kunnen vliegen, en wij willen die droom dichterbij brengen,” zegt technisch manager Noam Hendriks van Albatross. Vanaf het academisch jaar 2026-2027 krijgt die ambitie vorm binnen Dream Team Albatross, dat onlangs officieel werd toegelaten tot de Dream Hall van TU Delft.
Het team ontwikkelt een tweepersoons elektrisch vliegtuig dat verticaal kan opstijgen en landen en volledig autonoom kan vliegen. Daarmee wil het een alternatief bieden voor autoritten en regionale treinreizen. Volgens het team is autonomie daarbij essentieel: reizigers hebben dan geen vliegbrevet nodig en er is geen piloot meer nodig, wat de kosten verlaagt.
Teammanager Philip Benschop ziet vooral kansen voor Europa. Volgens hem verliest de auto-industrie terrein en is dit hét moment om in te stappen in een toekomst waarin elektrisch en autonoom vliegen een belangrijke rol speelt.
Tegelijkertijd zijn de maatschappelijke uitdagingen aanzienlijk. Regelgeving en certificering zijn nog niet ingericht op autonome luchtvaart, laat staan op toestellen die vanaf gewone parkeerplaatsen opereren. “We weten dat je niet zomaar kunt vliegen zonder brevet, dat certificering tijd kost en dat het mobiliteitssysteem er nog niet klaar voor is,” zegt Benschop. “Maar de eerste stap is aantonen dat het technisch en veilig kan. Daarna kan regelgeving volgen. Eerst via luchthavens, vervolgens met toezicht van een piloot, en uiteindelijk richting volledig autonoom vervoer.”
Volgens Benschop kan deze ontwikkeling ook bredere impact hebben. Minder autoverkeer zou betekenen dat er minder nieuwe wegen, bruggen en viaducten nodig zijn, wat uiteindelijk ook de druk op ecosystemen kan verminderen.
Technische haalbaarheid
Technisch ziet Hendriks veel mogelijkheden. “Autonoom vliegen is in sommige opzichten eenvoudiger dan autonoom rijden, omdat er geen fietsers of voetgangers zijn en er meer ruimte beschikbaar is. Grote commerciële vliegtuigen zijn bovendien al grotendeels autonoom; de piloot houdt vooral toezicht.”
Ook het energieverbruik lijkt gunstig. “Per kilometer verbruiken we ongeveer evenveel energie als een elektrische auto,” aldus Hendriks. Op basis van huidige batterijtechnologie heeft het team een tweezitter ontworpen met een geschat bereik van circa 175 kilometer. Daarmee zou een vlucht van Amsterdam naar Brussel ongeveer vijftig minuten duren, meer dan twee keer zo snel als de hogesnelheidstrein.
Ontwerp en planning
Het ontwerp van het toestel is gebaseerd op een blended wing body, waarbij cockpit en vleugel één geïntegreerde structuur vormen. Vier propellers zorgen voor lift in horizontale vlucht en kunnen 90 graden draaien om verticaal op te stijgen en te landen.
Het team heeft inmiddels een 3D-geprint schaalmodel met werkende onderdelen gerealiseerd. Volgend jaar volgt een prototype op 40 procent schaal met een spanwijdte van 2,6 meter. Binnen drie jaar moet een eenpersoonsversie kunnen vliegen, waarna wordt opgeschaald naar een volwaardige tweezitter.
“Het laten zien dat het technisch kan, en daarmee de toekomst dichterbij brengen, is de eerste stap naar systeemverandering in mobiliteit,” aldus Benschop.


