Wie regelmatig mijn columns leest, weet dat ik het eigenlijk nooit over de actuele politiek heb. Ik wil namelijk voorkomen dat hetgeen ik schrijf al weer achterhaald is op het moment dat e-totaal bij u in de bus valt. Politiek is helaas een onderwerp waarbij veranderingen sneller gaan dan dat we 130 op de snelweg mogen rijden.
Het is zelfs de laatste tijd zo erg dat de ontwikkelingen sneller gaan dan we het woord ‘politiek’ op het toetsenbord kunnen intikken. Neem nu bijvoorbeeld de olieprijzen. Een tweet van een seniele oude man aan de andere kant van de wereld kan in een paar woorden de koers omhoog of omlaag laten gaan.
Opvallend in dit geheel is hoe de wereld reageert op de ontstane situatie. In plaats van net als in de jaren 70 zwaar te gaan bezuinigen op het gebruik van olie, zien we alleen dat er geklaagd wordt en dat iedereen roept dat de regering iets aan de prijzen moet doen. Niemand gaat er blijkbaar van uit dat we wel eens de laatste druppel zouden kunnen verbruiken. En dan is het gebeurd. Dan zijn we niet klaar om voldoende energie op te kunnen wekken op alternatieve manieren.
We weten het allemaal wel, maar blijkbaar is het overschakelen op iets nieuws een lastige aangelegenheid. Iedereen praat, maar adequaat het probleem aanpakken verzandt in regeltjes, procedures en vooral geklaag over extra transformatorhuisjes in de wijk. We willen wel, maar het mag ons niets kosten of onze woonomgeving aantasten.
Blijkbaar is op dit moment de prijs van olie nog te laag. Iedereen blijft maar benzine tanken in plaats van te gaan kijken wat elektrisch rijden kost. Van diverse mensen die dit wel doen en hun auto laden met zonne-energie van het eigen dak, hoor ik dat autorijden een centenkwestie is geworden. Zij rijden lachend langs de pomp. Nu u en ik nog, liefst voordat de olieprijs nog hoger is geworden.


