Er is gestemd, vlak voor Prinsjesdag en kort voor HET Instrument. Maakt de uitkomst iets uit? Een stemming maakt in elk geval stemming. De uitkomst van een verkiezing maakt mensen blij, chagrijnig, bezorgd of onverschillig. Een gemáákte stemming, die meestal niet lang beklijft.
Prinsjesdag doet vaak iets dergelijks. De toon van de Troonrede en de cijfers van de begroting hebben effect op de zuurgraad van de commentaren. Dat zingt altijd nog wat langer door. In elk geval in de algemene beschouwingen en de analyses daaromheen.
De beurs HET Instrument heeft ook veel te doen met stemming maken. Nee, het gaat niet over een muziekinstrument en het stemmen van snaren. We hebben het nog steeds over het grootste technologie-evenement van de Benelux. Vier dagen met zo’n vijftienduizend professionele bezoekers en ook nog een aantal duizenden niet minder professionele medewerkers van de exposerende bedrijven. Je moet heel bewust stemming maken om te zorgen dat zo’n evenement succesvol wordt, iedereen voldoende gemotiveerd raakt om de beoogde kennisuitwisseling te laten plaatsvinden.
Tegelijk maakt de beurs als zodanig enorm veel stemming. Als je dat een paar keer hebt meegemaakt, dan weet je hoe inspirerend zo’n week kan zijn. Gezien de aard en scope van HET Instrument kan dat heel ver gaan. De hoge technologiegraad en het enabling karakter van de beurs hebben een enorme impact op wat er daarna gebeurt. Inspiratie tot research & development, tot innovatie en tot het doen van investeringen, het wordt daar opgeroepen en het komt tot wasdom in de follow up die mensen na afloop met elkaar plegen.
Dat is stemming die beklijft, veel meer dan de krant, de radio en tv, ja meer dan het web of een app.
Mooi voorbeeld van stemmingmakerij is die van de beroemde Britse filosoof John Gray. Hij is cultuurpessimist. “In ethics and politics the gains are not cumulative as in science” is een bekend citaat van hem. Je kunt niet zeggen dat de composities van Lennon & McCartney beter zijn dan die van Bach omdat ze later tot stand kwamen. Je kunt wel zeggen dat we een waterstofbom konden ontwikkelen op basis van de kennis over waterstof die eerder werd opgedaan.
De twee voorbeelden laten zien dat de stelling van Gray tot een positieve stemming en tot een negatieve stemming kan leiden. Hij heeft vaak betoogd dat de vooruitgang die we zeker boeken in de wetenschap, niet leidt tot een betere wereld. Het wordt dankzij de wetenschap steeds makkelijker om mensen te doden en het gebeurt dus ook steeds met nieuwe methoden en technieken. Wat een droefenis. Maar in elke tijd kunnen we weer genieten van unieke cultuuruitingen, los van wat kunstenaars in het verleden deden, ondanks het gebrek aan cumulatieve vooruitgang. Wat een vreugde en opluchting.
Op HET Instrument zien we voortdurend vooruitgang, steeds gebaseerd op kennis en technologische ontwikkelingen uit het verleden. Wat een saaie voorspelbaarheid. Bovendien wordt veel van die technologie gebruikt om oorlog te voeren, levens te verlengen die in de voortdurend langere eindfase steeds onaangenamer worden. Wat een pessimistische ongein. Tegelijk worden we regelmatig verrast en kunnen we enthousiast en blij worden van onverwachte cumulatieve dwarsverbanden tussen technisch-wetenschappelijke disciplines. André Kuipers en Higgs zijn populair.
En dankzij de technologische vooruitgang kan de groeiende wereldbevolking meer voedsel produceren en tot zich nemen dan we ooit hadden gedacht in de tijd van de Club van Rome. Toch nog vooruitgang!?!
Het maken van stemming als zodanig is weer cultuur, niet cumulatief dus. De wijze waarop bedrijven zichzelf en hun technologie presenteren verandert voortdurend. Meer beeld en minder tekst bijvoorbeeld. Dat is dus niet per se beter of slechter dan voorheen. Het moet wel ‘passen’. Als de zender en de ontvanger niet op elkaar zijn afgestemd is er geen contact, gebeurt er niets.
Stemming kun je dus maken, vooral met en rond technologie. Daar zijn we nu alweer een jaar mee bezig in de voorbereiding naar 25 tot en met 28 september. Er gaat dus iets gebeuren.


