Column & Opinie

Steeds meer elektronica

Het aandeel industriële elektronica op de beurs HET Instrument groeit. Dat is niet helemaal wat het lijkt, want met ‘het aandeel' bedoel ik hier het aantal beursstands in vergelijking met het totaal aantal deelnemers aan de vakbeurs van komende septembermaand. "Lekker spannend" zou je zeggen. Oké, echt groot wereldnieuws is het niet. De advertentie die ik laatst in de Financial Times zag, zit daar dichter bij: "All we are saying is give Greece a change". De Nederlandse versie miste de attentiewaarde van de Beatle-link.

Griekenland is weliswaar wereldnieuws, maar al lang niet meer zo opmerkelijk. De, zelfs absolute, groei van het aantal vierkante meters van standhouders die zichzelf zien als leverancier van industriële elektronica is opmerkelijker, want minder vanzelfsprekend. Meer elektronica dus op HET Instrument 2012, terwijl we ook nog de speciale elektronicabeurs hebben in het andere jaar. Dat zou je toch niet zo verwachten. Elektronicaproductie gebeurt immers steeds meer in het Verre Oosten en steeds minder in Nederland?
Dat ‘steeds meer’ zal zeker kloppen. Bij het ‘steeds minder’ kun je lichte vraagtekens zetten, maar groei in Nederland…? Natuurlijk zit er meer achter en dat maakt het interessant. De crux zit ‘em in de content. Wie en wat is ‘industriële elektronica’ precies?
Eigenlijk zijn er twee soorten industriële elektronica, wat zeg ik, drie zelfs.
De basis is natuurlijk het ‘van zand tot klant’, het ontwerpen van een schakeling tot en met het verwerken van die schakeling tot een product dat een functie vervult. De elektronicaproductieketen dus. Dat is zeker het gedeelte waarin het wereldmarktaandeel van Nederland nooit groot was en ook nooit groot zal worden.
De tweede lijn is al bijna net zo oud. Elektronische test- en meetapparatuur om te kunnen meten en testen aan producten waarin elektronica die producten hun functie doet vervullen. De ‘oscilloscopenwereld’ noem ik dat meestal maar voor het gemak. In die wereld gebeurt inmiddels natuurlijk veel meer dan met het woord oscilloscoop kan worden gevangen. Elke multimeter en elk data-acquisitiesysteem vallen binnen deze lijn. Hier wordt het al heel aannemelijk dat er voortdurend sprake is van een organische groei naarmate ook ons industriële leven meer beheerst wordt door producten en systemen die elektronisch worden bestuurd.
Ja, dan de derde lijn, verwant aan de tweede, die is het meest ingewikkeld of misschien moet ik het noemen, ‘vaag’. Eigenlijk gaat het om alle elektronica-apparaten die niet door consumenten worden gebruikt. En dat zijn er steeds meer. Alleen al kijkend naar de directe buren op HET Instrument zie je dat. In de industriële automatisering en in de laboratorium technologie zit elk op zichzelf werkend instrument of apparaat vol met elektronica. Binnen de industriële automatisering zie je zelfs dat leveranciers industrieel toegepaste producten die voorheen automatiseringsproducten heetten, nu elektronica worden genoemd. Industriële computers of test- en kalibratieapparatuur bijvoorbeeld. Ook sensoren hebben steeds meer elektronica ‘aan boord’ of worden zelfs verkocht als sensor-on-a-chip. Je zou kunnen zeggen dat de industriële elektronica de industriële automatisering op HET Instrument een beetje uitholt. Is dat erg? Natuurlijk niet.
De ‘echte’ industriële automatisering beweegt zich buiten deze trend twee andere kanten op. De ene is die van de complexe industriële software systemen en de andere die van de procesintensificatie en procestechnologie. Die markt wordt dus minder homogeen en tegelijk ook heel snel internationaler. Perfect dus voor nichemarkt-oriëntatie.
Terug naar de elektronica. Service en onderhoud is een groeiende industriële markt in de conjunctuur die minder wordt gedomineerd door nieuwbouw van installaties. Juist daar wordt gevraagd naar elektronicaproducten. En hetzelfde geldt in de laboratoriumwereld, maar daar is nog meer aan de hand. Niet alleen groeit het aantal bedrijven dat in Nederland labproducten maakt of modificeert en dus elektronica nodig heeft. Ook de nieuwe ontwikkelingen in microsysteem- en nanotechnologie, veel in toepassingen in de life science sector, komen direct of indirect uit de elektronicawereld.
In de halve eeuw dat elektronica een serieuze markt is, werd vaak de eenzijdige oriëntatie van Nederland op ‘industrial equipment’ als een zwakte gezien. In dat marktsegment zou je nooit groot kunnen worden. Nu zien we dat juist in dat specialisme groei mogelijk is in een tijd dat er elders bijna niets meer groeit behalve de olie- en gassector. Het zijn bemoedigende observaties die onze ondernemerzin, ons koopmanschap en onze technologische creativiteit prikkelen.