Eind februari reed ons voetbalteam voor een trainingskamp naar Engeland. Wij hoefden nog niet in quarantaine en corona kroop in dat weekend Nederland binnen. Drie onbezorgde dagen met een bezoek aan een wedstrijd van Reading FC en slechts enkele biertjes. We hadden pittige discussies over onze voetbalclub en tijdens die gesprekken werd regelmatig ‘maar dat is normaal' of ‘normaal gesproken' gezegd. Dat viel op, omdat één van de teamgenoten dan standaard ‘Maar ja, wat is normaal?' aan de anderen vroeg.
Begin maart werd heel Nederland, net als de rest van de wereld, verrast door de pandemie. Ons land ging in een intelligente lockdown, waardoor een groot deel van ons zich opeens realiseerde dat er iets anders is. Er werd meer buiten gesport. Op de snelwegen was een gebrek aan files te constateren. Thuiswerken bleek makkelijker dan gedacht. In maart en april waren we enthousiast, creatief en visionair: er zou een reset komen. Men sprak over het ‘nieuwe normaal’ en dat vond iedereen logisch.
In de overgang van april naar mei realiseerden wij ons allemaal dat een kapper toch wel handig is en de grote kroegbazen wilden per se op 1 juni weer open. De klappen in de economie waren al zichtbaar en we vreesden zelfs voor onze vakanties. Toen we begin juni weer ‘normaal’ naar buiten mochten, was het de vraag wanneer de reset zou plaatsvinden. Dat gebeurde niet. Het was dringen in sommige winkels en er leek wel meer drukte dan voorheen te zijn. Daarbij zijn we bezorgd om de economie, onze banen en de toekomst. Iemand had mogen vragen: ‘Maar ja, wat is normaal?’.
Vanuit de politiek, media en deskundigen werd in april geroepen dat het overduidelijk was dat Europa zich teveel afhankelijk had gemaakt van productie uit China en India. Er ontstond behoefte aan lokale productie en vanuit FHI is dat onlosmakelijk verbonden aan een integrale aanpak van een bedrijfsketen. Dat laatste betekent: werk intensief samen met alle onderdelen in een keten, waardoor deskundigheden en kwaliteiten voor het geheel ingezet worden. Dus niet voor de optimalisatie van een deel (maar voor de hele keten). Je zou het een intelligente open-up kunnen noemen.
Op het gebied van elektronica is een dergelijke samenwerking te zien rond ASML en binnen andere industrieën is deze aanpak ook denkbaar. Dat mag wat mij betreft ook het ‘nieuwe normaal’ zijn: door deskundige samenwerking mooie technologische producten maken. Door kwaliteit onafhankelijk zijn.


