Minder, minder, minder, riep eens een operettefiguur. Gejuich was zijn deel, want meer, meer , meer, verstonden zijn toehoorders. Het waren rupsjes nooit genoeg. Ze begrepen meteen waar het over ging. Als er minder rupsjes komen dan hebben wij meer blaadjes om van te eten.
Natuurlijk waren het niet de slimste en de meest volgevreten rupsjes die stonden te roepen. Die hadden het te druk met nog meer blaadjes zoeken. Zij waren bovendien zo dik geworden doordat ze zich, heel slim, altijd netjes gedroegen en niet ordinair gingen staan juichen bij iemand met een gepoederde pruik.
‘Ons’ economisch model zit zo in elkaar. Met steeds minder werk steeds minder verdienen. Arbeidsproductiviteitsverbetering was heel lang het toverwoord. Het is nu outdated. We willen het hele woord ‘arbeid’ eigenlijk niet meer gebruiken in onze economie. ‘Waardecreatie’ is inmiddels de gangbare incantatie. Goed beschouwd gaat het dan meestal om de paradox van geld verdienen met een ‘product’ dat geen waarde toevoegt in het voortbrengingsproces, entertainment, Facebook, gaming, leisure & luxury. We durven er, terecht, eigenlijk geen Nederlandse woorden aan te verbinden. Dan kunnen we in elk geval onszelf nog wijsmaken dat het niet om een verschijnsel hier en nu, bij ons, gaat, maar alleen iets is van die gekke Amerikanen met hun Duck, Mac, Trump en andere Donalds.
Met steeds minder werk steeds minder verdienen betekent met een steeds kleinere groep mensen steeds rijker worden. Dat is in de paar landen ter wereld met extreme welvaart en buitenproportioneel welzijn niet zo manifest zichtbaar. Daar wordt bijna iedereen steeds rijker. Nederland behoort tot de top drie van die landen wereldwijd. Die scheefgroei wordt pas zichtbaar als je op iets grotere schaal uitzoomt, over continenten, werelddelen heen. Het percentage rijken en superrijken slinkt en slinkt.
Je ziet het ook op momenten dat mensen migreren over langere afstand. Extreem voorbeeld hoorde ik deze week op de radio. “We moeten voorkomen dat iemand uit een arm land in Nederland terechtkomt, want dan ziet hij of zij hoe rijk en zelfs decadent we hier leven en dan is terugkeer geen optie meer.” Leven we inmiddels in getto Utopia?
Is deze trend nog te stoppen? Zijn we op weg naar een onleefbare wereld? Ja, ik denk dat het anders kan en nee, de wereld wordt niet onherroepelijk onleefbaar, althans de groepen, aantallen mensen die een onleefbaar bestaan leiden hoeven niet perse groter te worden.
Een economie van min of meer in plaats van een economie van meer met minder is helemaal niet irreëel. Het vraagt wel iets van ons. Het vraagt geloof in een derde weg. Niet in een extreem liberaal marktdenken of even extreem utopisch altruïsme. Een derde weg is ook niet een compromis tussen die twee dat alle zout verliest. Zo’n derde weg vraagt een radicaal vertrouwen dat krachten buiten jou zelf, buiten onze menselijke maaksels, onze maatschappij in evenwicht kunnen houden en dat wij individueel en met elkaar in allerlei maatschappelijke en economische verbanden daar een rol en bijdrage in kunnen en hebben te leveren. Grootste uitdaging daarbij is het in praktijk brengen van het uitgangspunt van nederigheid, de ander uitnemender achten dan jezelf. De meerwaarde zien van jouw buurman, de buurman van jouw buurman, van de zelfvoorzienende economie van een Afrikaans dorp of van stadstuinbouw en de voedselbank. Maar tegelijk ook van de wetenschapper op zoek naar serendipiteit en wellicht zelfs de straatkrantverkoper, ja, de belastinginspecteur.
Een aantal groten der aarde heeft die weg gewezen. Anderen, dwaalgeesten, sleurden menigten mee op dwaalsporen. Maar die weg is er.



