Column & Opinie Kees Groeneveld

Over Kees Groeneveld

Onafhankelijk expert technologie, marketing en maatschappij.

Dansen op de rand van de vulkaan

Het gaat bijna nergens in de wereld zo goed als bij ons, in Nederland. Het geld klotst tegen de plinten. Het is alle dagen feest. Kan dat zo wel doorgaan? Alle landen zijn jaloers. Rijke oliestaten hebben het slechter, daar profiteren maar een paar mensen en met de olie is het al bijna gedaan.

Hoe zou dat zijn, letterlijk, dansen op een vulkaan? Feestvieren op een smal randje. Je kunt zomaar in het vuur vallen en de kans dat met een grote knal alles opeens weg is, hangt in de lucht. De Romeinen en de Napolitanen leven al eeuwen met die gedachte. Vandaar decadentie en maffiapraktijken?

Een soort van eigen versie van zo’n letterlijke situatie is ons leven onder de zeespiegel. Dat moet een keer fout gaan, denkt elke buitenlander. En toch is ‘polderen’ heel iets anders dan la vita bella.

Onze maatschappij lijkt langzaam in de greep van de angst te raken. Aanslagen, instroom van vluchtelingen en gelukszoekers, steeds meer enge ziektes, klimaatverandering, laten we feestvieren om de angst te verdringen. Laten we ons overgeven aan geld verdienen voor het te laat is of laten we alles wat we hebben inzetten om waar we bang voor zijn te bestrijden. We slepen emmers water naar de vulkaan om hem te doven…

Het is balanceren. Balanceren op die rand. Risico’s zijn niet uit ons leven te bannen. Gevaren onder ogen zien en je er niet door laten verblinden of verlammen, daar ligt de balans. Natuurlijk moet je het gevaar niet opzoeken en zeker is het beter nuchter te blijven. Al die mensen die op gepaste afstand van de vulkaan hun vruchtbare grond bewerken, lopen minder risico. En toch komt het voor dat een paar grote stenen die worden uitgespuugd door de vulkaan net een aantal hardwerkende boeren op het land treffen, zonder dat ze die dansers op de rand raakten. En toch leven alle landarbeiders veiliger, gelukkiger en minder angstig dan de dronken feestvierders dicht bij het vuur.

Het gaat goed met ons, maar we worden steeds banger. Dat het goed gaat met ons heeft veel te maken met onze technologische kracht en macht. Dat we bang worden komt doordat we enerzijds gaan denken dat we daarmee alle risico’s kunnen uitsluiten en we anderzijds de hele wereld jaloers maken.
Als er iets misgaat, een aanslag, een ongeluk, dan weten we meteen alles, zien we online alle gruwelijke details en wordt eindeloos geanalyseerd wat er fout is gegaan, wie er gefaald heeft. Er moet geld komen om te zorgen dat het niet weer gebeurt. O, hoogmoed, o, illusie, wat maak je ons bang.
Als we ziek worden. Dan mag geld geen rol spelen. We kunnen alles, dus moet ook alles worden gedaan. Boosheid en angst als het niet zo blijkt te werken.

Technologie is goed en technologie moet. Maar hoe zetten we onze verworvenheden in? Hoe zorgen we dat de verschillen in welvaart en rijkdom niet onacceptabel groot blijven?
Misschien maar eens beginnen met onze absurde decadentie-uitingen af te schaffen, in te dammen of in elk geval niet langer heilig te verklaren. De verleiding is groot om te beginnen over songfestivals en salarissen van voetballers, van buiksprekers op de tv of van poppen die sterren worden genoemd. We verdienen veel geld met Gaming! Elke Afrikaan zonder eten een smartphone om te kunnen gamen!! Laat ik het er niet over hebben. Hoe verbaasd zijn we als mensen elkaar daar afmaken en onze kant op komen.

We zijn rijk. Onze cultuur is rijk. Zelfs zo rijk dat we tot de weinige landen behoren die het probleem dat ik beschrijf in elk geval zien. Een belangrijk deel van de Nederlandse cultuur wijst op het kwaad van decadentie en verrijking. We hebben dat cultuurelement hard nodig om uit de bocht vliegende wereldmachten en hun leiders méé te krijgen, weg van die vulkaanrand.