Kabinet erkent belang exporterende technologische industrie

De technologische industrie waardeert dat het kabinet kiest voor langjarig consistent beleid waar het gaat om versterking van het Nederlandse bedrijfsleven. Dit wordt duidelijk in de vandaag gepresenteerde Miljoenennota. Uit de FME-conjunctuurenquête najaar 2013 bleek al dat ondernemers in de technologische industrie deze meerjarige duidelijkheid als voorwaarde zien om economie echt uit het slop te halen. De macro-economische verkenning (MEV) 2014 bevestigt nog eens dat het de exporterende bedrijven zijn die voor groei zorgen. FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming: "De export is de economische levensader voor Nederland. Het kabinet ziet dat ook en heeft daar beleid op gestoeld."

De overheidsuitgaven groeien licht, de consument houdt de hand op de knip. Het zijn de bedrijven die de groei aanjagen en dan met name de exporterende bedrijven. Volgend jaar zal de export met 4¼% toenemen. De export van binnenlands geproduceerde goederen (die zonder wederuitvoer) groeit dan met 3½%. Dezentjé: “De groeiende export is een teken van herstel van de economie. Traditioneel neemt eerst de export toe; vervolgens de investeringen en de consumptie. Als dat laatste eenmaal gebeurt, is de ellende voorbij.”

De FME-voorzitter benadrukt dat er zonder de technologische industrie geen sprake kan zijn van economisch herstel. “Daarom moet de overheid innovatie blijvend ondersteunen, moeten onze kansen op buitenlandse markten worden vergroot en moeten er meer technici worden opgeleid. Het is dan ook goed dat het kabinet vasthoudt aan een stevig fiscaal instrumentarium om R&D te stimuleren – voor het mkb zijn regelingen als WBSO, RDA en Innovatiebox onmisbaar – en doorpakt met het topsectorenbeleid. Wat nog wél beter kan? Zet vaart achter innovatiegericht inkopen. Het Rijk en regionale overheden kunnen zich veel meer manifesteren als eerste gebruiker van nieuwe producten en technieken.”