Column & Opinie Tim Middeldorp

Over Tim Middeldorp

Sr. Projectmanager FHI, federatie van technologiebranches

Technologie, goed of kwaad?

Een van de spannendste televisieseries over technologie op dit moment is ongetwijfeld Black Mirror. Deze cultserie, die oorspronkelijk op Channel 4 werd uitgezonden, is inmiddels behoorlijk populair geworden. Voor wie het niet kent, in een notendop: de serie laat een dystopische wereld zien waar door middel van technologie het grootste kwaad in de mens naar boven komt. Black Mirror houdt de kijker op een verrassende manier een spiegel voor en zet hem of haar aan het denken: dit zal toch niet echt bewaarheid worden?

Maar is technologie intrinsiek goed of kwaad? Of gaat het er alleen om hoe je ermee omgaat? Laten we voor een beter begrip daar eens theoretisch op inzoomen. Je zou kunnen zeggen dat er drie manieren zijn om naar technologie te kijken: deterministisch, constructivistisch of instrumenteel. Dat wil niet zeggen dat dit ook echt zo ís, maar het biedt eerder een model dat helpt om op een zinvolle manier na te denken over het ‘goed of kwaad’ van technologie.
Een deterministische kijk houdt in dat je gelooft dat de staat van de technologie allerlei ontwikkelingen bepaalt. Deterministen zien een onomkeerbare en onstuitbare technologische vooruitgang. De mens heeft hier verder niets of weinig over te zeggen: ‘de trein dendert toch wel voort’, is het idee.
De constructivistische visie zegt het tegenovergestelde: het is niet de staat van technologie die het succes bepaalt, maar de keuzes van mensen die technologische ontwikkelingen (bij)sturen. Een instrumentele opvatting blijft veilig in het midden: technologie werkt gewoon (of niet) en doet verder niets.
Als iemand wordt aangereden door een zelfrijdende auto, zal niemand beargumenteren dat de techniek van de auto intrinsiek moordlustig is. Toch zullen vooral verzekeringsmaatschappijen wel behoefte hebben aan een antwoord op de vraag: wie is er dan schuldig? Uitwijkmanoeuvres moeten ook geprogrammeerd worden waardoor je in theorie voor de vraag kan komen te staan: moet een zelfrijdende auto ‘beslissen’ om een onoplettende overstekende voetganger aan te rijden of moet de chauffeur worden ‘geofferd’? Het zijn morele vragen maar bij een gemiddeld technologiebedrijf zal geen CEO techniekethiek in dienst zijn om hierover te beslissen.
Door middel van techniek of technologie zijn er allerlei manieren om ‘nudges’ in te bouwen die de mens stimuleert om op een ‘juiste’ (of positieve) wijze te handelen. Een simpel voorbeeld: laatst kreeg ik op de Croeselaan in Utrecht een proces-verbaal voor fietsen op het trottoir (€65). Ik vind natuurlijk dat het fietspad totaal onlogisch is aangelegd, waardoor ik haast genoodzaakt ben om een stukje stoep te nemen. Het heeft natuurlijk geen enkele zin om hier boos over te worden dus ik kan niet anders dan de boete gewoon accepteren. Nu fietste ik vanochtend op hetzelfde stuk en ik zag dat de gemeente Utrecht een ‘nudge’ heeft bedacht om fietsers de juiste route op het fietspad te laten afleggen. Ze hebben er namelijk een mini-fietsparcours van gemaakt met enkele meters voor de oversteek een groot spandoek met ‘Start’ en vlak voor de oversteek bij de finish een spandoek met ‘Finish | Goed gefietst!’. Hoe effectief dit is, valt te bezien maar gedrag is beïnvloedbaar, zelfs niet iets simpels als twee spandoeken.
Je zou kunnen zeggen dat techniek of technologie de morele handeling ‘bemiddelt’ en dat het daarom ook zinvol is om dit effectief mee te nemen in een ontwerp of instructies. Denk maar eens aan een industriële robot die een mens verwondt of nog erger. Op het vlak van machineveiligheid is voorzichtig handelen in feite al een must, maar techniekethiek gaat niet alleen over normeringen of voldoen aan de juiste eisen.
Raakt dit ook aan jouw praktijk? Neem dan het gewenste handelen van de techniek waar je mee bezig bent eens in ogenschouw. Want anders komen we straks misschien in een real life Black Mirror terecht.