Column & Opinie Kees Groeneveld

Over Kees Groeneveld

Onafhankelijk expert technologie, marketing en maatschappij.

Social media en het digitale proletariaat

"Wie de tijdgeest wil vangen moet aan luchtvertaling doen." Het is een prachtige oneliner van filosoof Hans Schnitzler in zijn boek ‘Het digitale proletariaat'. Er hangt inderdaad iets in de lucht. In ons federatiecongres in het afgelopen voorjaar sprak Rinie van Est van het Rathenau Instituut over ‘Intieme Technologie', technologie die in ons lichaam doordringt en onze hele omgeving gaat beheersen.

Ik pakte deze zomer een boek uit de schappen met de titel ‘Bedwing het monster, SOCIAL MEDIA’ van Jeroen Bertrams. Nu krijg ik een mooi verhaal, dacht ik, over hoe we om moeten gaan met FB en Twitter en LinkedIn en Instagram en, en , en. Maar nee. Bertrams, zelf een believer die leeft van SM, een afkorting die te denken geeft, besteedt driekwart van de 190 pagina’s aan het opsommen van mislukkingen, ergernissen, gevaren, socialbesitas en wat dies meer zij. Aan het einde komen er toch nog wat tips. Het is eigenlijk geen leesboek maar meer een leerboek voor wat je allemaal vooral niet moet doen. Er blijft daarna niet zo veel meer over en je vraagt je af waarom hij nog in dit vak actief is als internetmarketeer.

Daarna kwam ik een ander boek tegen waarvan de titel me intrigeerde: ‘Het digitale proletariaat’, van filosoof Hans Schnitzler. Ronduit verontrustend! Schnitzler vergelijkt de tirannie van de digitale wereld van internet, the Internet of Everything en big data, waarin de mens vooral mentaal wordt getiranniseerd, met de tijd van de opkomst van de industrie waarin de arbeiders werden uitgebuit en de klassenstrijd ontstond. Het gaat heel ver en diep. De controledrift van de mens leidt ertoe dat de mens de controle over zichzelf verliest. Dit boek is geschreven door iemand die echt kan schrijven en is best leesbaar, mits je je niet laat afschrikken door filosofenjargon. Het is een aanklacht en een zware waarschuwing. Het gaat allang niet meer alleen om privacy van onze persoonlijke gegevens. De persoonlijke levenssfeer, de intimiteit gaat volledig samenvallen met het publiek domein en maakt de individuele mens kwetsbaar voor tirannieke machten die in het zadel worden geholpen door het heilig verklaren van het begrip ‘transparantie’ en door de drijfveer van economische ‘noodzaak’ van consumentisme. Er is ongetwijfeld veel op af te dingen, maar verontrustend blijft het en een beetje relativeren wat we aan het doen zijn met alles en iedereen te ‘versmarten’ kan zeker geen kwaad.

Tezelfdertijd verschijnt een artikel in de weekendbijlage van het Financieele Dagblad onder de titel ‘De sluipende klimaatverandering in ons brein’. Het gaat over wetenschappers, hun publicaties en hun oraties over de invloed van digitale technologie op ons brein. Net als bij klimaatverandering hebben we geen grip op de veranderingen in het brein van de mensheid onder invloed van technologie, zegt de Amerikaanse psycholoog Turkle. Er wordt gesproken over onderzoeken die zouden uitwijzen dat het empathisch vermogen onder studenten in de afgelopen dertig jaar met 40 % is afgenomen en vooral na 2000 toen de social media gemeengoed werden. Natuurlijk er is discussie tussen doemdenkers en cultuuroptimisten, net zo goed als tussen klimaatpessimisten en ontkenners van climate change.

Het hangt in de lucht. De tijdgeest vangen en vertalen, dat is achteraf altijd makkelijker dan wanneer je er middenin zit. Als je, zoals wij, middenin een ratrace van technologieontwikkeling zit, dan kan dat de mensheid vooruit helpen. Dankzij technologie kunnen er meer mensen op de aarde leven, kunnen we, zeker theoretisch, vitaler oud worden, zou het leven aangenamer moeten kunnen zijn. Middenin een ratrace is het altijd belangrijk om jezelf te relativeren. Bekijk de slapstick ‘Modern Times’ van Charley Chaplin nog maar eens. Het hoeft echt niet per se zo uit de hand te lopen dat er catastrofes ontstaan in de orde van de wereldoorlogen na de industriële revolutie. Gewaarschuwde mensen tellen dubbel en als we niet alles maar naïef overlaten aan de veronderstelde zelfregulerende kracht van de ‘vrije markt’, het ultieme egoïsme , dan kan een gewaarschuwde maatschappij best wegen vinden om met elke technologie om te gaan.