Column & Opinie

Seksuele intimidatie: waar ligt de grens?

Ontslag op staande voet van leidinggevende wegens het maken van seksueel getinte opmerkingen. De zaak speelde zich af binnen een grote Bank. Leidinggevende Jan -hoofd verzekeringen- werd in september 2006 beticht van seksuele intimidatie. De zaak kwam aan het rollen omdat een aantal medewerkers bij de leidinggevende van Jan hadden geklaagd dat zij zich door…

Ontslag op staande voet van leidinggevende wegens het maken van seksueel getinte opmerkingen.

De zaak speelde zich af binnen een grote Bank. Leidinggevende Jan -hoofd verzekeringen- werd in september 2006 beticht van seksuele intimidatie. De zaak kwam aan het rollen omdat een aantal medewerkers bij de leidinggevende van Jan hadden geklaagd dat zij zich door Jan seksueel geïntimideerd voelde.

“De Bank” nam daarop -terecht- onmiddellijk actie en liet (intern) onderzoek doen naar de bestaande klachten. Daarbij werden alle betrokken medewerkers gehoord, waaronder vier verkoopadviseurs verzekeren, de secretaresse van Jan en het hoofd binnendienst. Uit dit onderzoek kwam naar voren, dat niet alleen vrouwelijke werknemers zich seksueel geïntimideerd voelden. Ook mannelijke werknemers voelden zich geïntimideerd. Secretaresse Els en werknemer Jolanda durfden hier lange tijd niets van te zeggen, uit angst om hun baan te verliezen. De geïntimideerde ondergeschikten Piet, Klaas en Tijs spraken van een angstcultuur, waarin het niet mogelijk was om Jan op zijn gedrag aan te spreken, uit angst om hun baan te verliezen.

Meerdere vrouwelijke werknemers hebben in het onderzoek gedetailleerd verslag gedaan van de in hun beleving ongepaste, veelal seksueel getinte opmerkingen als: “carrière maak je onder mijn bureau”, “kom je me pijpen”, “oh ik ben zo geil, ben jij ook zo geil”. Jan sprak zijn secretaresse in zijn e-mailberichten aan met “meiske” en “schatje” en liet duidelijk blijken dat hij streefde naar een meer dan alleen zakelijke collegiale verstandhouding met haar. Zo zou Jan zich tegenover zijn secretaresse Els ook schuldig hebben gemaakt aan handtastelijkheden, waaronder een zoen. Tegen zijn mannelijke collega’s maakte Jan opmerkingen van andere aard zoals: “Je kop gaat eraf” en “Je hoort hier niet thuis”.

Jan heeft niet ontkend dat hij de gestelde uitlatingen heeft gedaan, maar hij deed dit slechts om de gespannen sfeer te drukken. Hij heeft zich verweerd door te stellen, dat zulke seksueel getinte opmerkingen grappig bedoeld waren en in hun context moesten worden bezien. Jan stelde verder dat hij werd “overvallen” met een verhoor over vermeende seksuele intimidatie. Jan voelde zich totaal overrompeld en niet in staat om deugdelijk te reageren. Hij kreeg geen inzage in de verklaringen van collega’s en zijn bewoordingen werden uit de context gehaald, aldus Jan.

Jan werd na afronding van het onderzoek en na overleg met de directie op staande voet ontslagen. “De bank” stapte aansluitend naar de rechter om een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst te bewerkstelligen.

De kantonrechter was van oordeel dat uit de verklaringen van de medewerkers voldoende bleek dat Jan regelmatig en over een langere periode seksueel getinte opmerkingen richting zijn vrouwelijke collega’s/ondergeschikten maakte en jegens zijn mannelijke collega’s intimiderende opmerkingen. Jan had met het maken van deze opmerkingen in het oog moeten houden dat er sprake was van een ongelijkwaardige positie. Er is volgens de kantonrechter een onderscheid tussen wat mannen in een gelijkwaardige positie onder elkaar zeggen en wat een mannelijke leidinggevende tegen een ondergeschikte vrouwelijke werknemer kan zeggen. Juist iemand in een leidinggevende positie had moeten beseffen dat dergelijke uitlatingen veel te ver gingen. Het feit dat “de bank” op het punt van seksuele intimidatie een beleid heeft opgesteld, dat ook voor Jan toegankelijk was, kon volgens de kantonrechter voor “de bank” spreken. Ook zonder dat “de bank” dit beleid actief uitdroeg, had voor Jan duidelijk moeten zijn dat hij de grenzen van het betamelijke overschreed, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding.