Column & Opinie

Plas sterk of zwak

Medische technologie en life sciences, dat zijn de applicatiegebieden waar veel van onze enabling technology bedrijven het de laatste tijd van moeten hebben. Wie denkt dat het dan alleen maar gaat om de toeleveranciers van Philips Medical, die moet maar in die waan blijven en mist een belangrijk deel van de markt. Sabine Uitslag, CDA-parlementslid, voor hoe lang nog, stapte over van het woordvoerderschap industrie naar zorg. Met haar was ik onlangs op bedrijfsbezoek bij een FHI-lidbedrijf in Enschede, prachtig voorbeeld.

Twee elektronica/informatica-mannen startten begin tachtiger jaren. Ze doken het medische vakgebied ‘urodynamica’ in, het verrichten en verwerken van metingen aan de plasbuis. Meten hoe het komt dat je als jonge man wedstrijdjes wint en de overkant van het slootje haalt, terwijl je na de midlifecrisis je schoenen niet eens meer weet droog te houden. Ze zijn inmiddels wereldmarktleider in dat specialisme. Ik bedoel niet het vér pissen, maar het ontwikkelen, bouwen en internationaal verkopen van urodynamica meetsystemen voor academische ziekenhuizen. Ik heb die mannen gevraagd of ze er niet een keer aan hadden gedacht om Plasterk te vragen als commissaris, aardig uithangbord. Overigens niet wetend dat de man acht dagen later zonder baan zou zijn.

Is wel erg teleurstellend hoe weinig we van deze (ex-)minister van onderwijs en wetenschap hebben gezien. Wat waren we opgetogen na Beesterszwaag toen bleek dat in de kabinetsformatie ons FHI-idee voor de instelling van een ‘Taskforce Technologie, Onderwijs en Arbeidsmarkt’ in het regeerakkoord terecht was gekomen. Wat een deceptie dat men in de uitwerking het woord ‘technologie’ structureel ging verwarren met het woord ‘techniek’, oude wijn in nieuwe zakken verkocht, het adagium ‘het bedrijfsleven is leading’ vertaalde met ‘polderen met functionarissen van allerlei ambtelijke organisaties’ en onze minister van onderwijs zich volledig afzijdig bleek te houden.

Die afzijdigheid van technologie bleek later structureel te worden. Plasterk wilde zich niet profileren op het terrein waar zijn specialisme lag. De als geneesheer ingehuurde arts besluit zich bezig te gaan houden met literatuurgeschiedenis. De dokter werd nog net geen vegetarische slager.

Veel pijn lijdt ook het hbo, de opleiding waar de kenniseconomie het vooral van zou moeten hebben. Het zijn serieus te nemen geluiden die zeggen dat inmiddels van al het belastinggeld dat daar wordt besteed zestig procent (!) opgaat aan het secundaire proces, overhead. Slechts veertig procent wordt benut voor het daadwerkelijk opleiden van arbeidskrachten voor de toekomst!!! Docenten die er in slagen bedrijven mee te laten betalen worden prompt gekort op hun budget. Meneer Loek Winter, de ziekenhuisondernemer, moet hier goud zien. Koop een paar hogescholen op en voor een fractie van de huidige kosten lever je blikken vol toptechnologen.

We weten dat veel technologieondernemers, ook van kleinere bedrijven, hun beste krachten geven aan het besturen, adviseren en ondersteunen van hbo-opleidingen. We weten ook van de frustraties die zij oplopen. Een aantal hbo-docenten uit het technologische hbo heeft het aangedurfd naar buiten te komen. Een ‘brandbrief’ heet hun coming out. Ze pleiten voor een totaal andere aanpak. Loop niet langer achter de vakken aan die populair zijn, grote aantallen studenten opleveren en langs die weg budget genereren om al die overhead te kunnen betalen. Ga weer eens kijken waar behoefte aan is, niet alleen kwantitatief, maar welke vacatures cruciaal zijn voor onze kenniseconomie. Kies op grond daarvan landelijk welke opleiding op welke locatie welk specialisme oppakt.

Dat zal allemaal niet makkelijk zijn. De opleidingsfabrieken zijn concerns geworden, met concerndirecties en daaraan klevende status, bestuursambitie en concurrentiedenken. Overal waar opener innovatie nodig is, moet dat gepaard gaan met schaalverkleining. Kom daar maar eens om in ambtelijke kringen. Dat vraagt visie van een minister van onderwijs. Dan moet je ondernemers echt zelf het woord, het stuur geven. En niet allerlei praatgroepen vormen waarin per gratie iemand zit van de afdeling HRM van een groot bedrijf dat wel iemand wil sturen omdat het onderwijsmateriaal verkoopt. In dergelijke kringen wordt doorgaans zoveel onderwijsjargon in afkortingentaal gebruikt dat elke goedwillende en zelfs welbespraakte ondernemer er een pariastatus krijgt. Visie van een minister van onderwijs op wat zijn product moet zijn, adequaat opgeleide afstudeerders, afgestemd op de markt, op de bedrijven waar die vrouwen en mannen moeten gaan werken, da’s pas sterk.