Column & Opinie

Laat maar, die overheid

Is best een beetje dubbel allemaal bij zo'n club als FHI. Eigenlijk willen we met de lidbedrijven steeds alleen maar lekker bezig zijn met technologie en het vermarkten daarvan. Nieuwe dingen bedenken voor de toekomst vinden we ook verschrikkelijk leuk. Jonge mensen de bedrijven in trekken en ze motiveren en op de rit helpen, prachtig. Maar af en toe moet je wel.

Zo nu en dan wordt het zo hinderlijk wat er allemaal gebeurt met schandelijk betalingsgedrag, misstanden in de arbeidsmarkt en het onderwijs, absurde regelgeving, oneerlijke concurrentie, misbruik van inkoopmacht, plotselinge heffingen bij het aanvragen van werkvergunningen van kenniswerkers van buiten de EU, aanbestedingsprocedures die niet werken, het afwentelen van ziektekosten op werkgevers, onzekerheid rond pensioenen. Het is een rijtje dat gemakkelijk is aan te vullen. Onderwerpen waarvan je als lid van de brancheorganisatie mag verwachten dat jouw club zich sterk maakt om er in Den Haag ‘iets aan te doen’.
‘Zorg nou dat ze het daar in Den Haag allemaal een beetje goed regelen, oplossen.’ En dan verschijnt er een hoogleraar bestuurskunde, Paul Frissen, eerst op tv en dan met zijn boek, ‘De Fatale Staat’. “De overheid, het bestuur, moet soms durven zeggen ‘we doen even niets’. We moeten tragiek toelaten in het beleid, in de samenleving”. Hij zegt nog meer. “De afstand tussen het bestuur, de politiek en de samenleving moet niet te klein worden. Als het conflict wordt ontkend, we allemaal met elkaar gaan besturen, dan groeit het gevaar dat populisme de wind in de zeilen krijgt en er een totalitaire staat ontstaat”. Hij ziet een sterke link tussen het opkomend populisme en het maakbaarheidideaal dat gemeengoed is onder ons en dat leidt tot technocratisch bestuur.

Als u dit leest staat het als gedachtegoed misschien ver van u af. Maar Frissen onderbouwt het in zijn boek, weliswaar in pittig moeilijke, academische, taal, wel heel sterk beargumenteerd. “Als de staat degene is die het monopolie heeft op geweld, politie en leger, dan moet ze op afstand blijven van de samenleving en moet het politieke debat worden gevoerd waarbij checks en balances in stand blijven”. De historie, maar ook Somalië en Afghanistan, sterken het vermoeden van zijn gelijk.

Minister Henk Kamp brengt het in de praktijk. Bij zijn MKB-lezing, laatst in de Ridderzaal, was hij weliswaar fysiek dichtbij, schijnbaar heel open, maar hij bleef bewust op afstand. Riep naar ondernemers die hem bevroegen regelmatig woorden als ‘dit is onzin’, ‘dat is niet waar’ of ‘het is een politieke keuze’ of ‘dat geld is er niet’. En zo heb ik hem wel vaker gehoord. Hoe aimabel de man ook is, hij houdt afstand, en terecht.

Zo nu en dan moet je wel, proberen ze in Den Haag aan het verstand te peuteren dat het anders moet, dat er wat dingen anders geregeld moeten worden. Maar neem nou de boodschap van de nieuwe MKB voorman Michael van Straalen. Kwam bijna in een spagaat omdat hij twee dingen tegelijk vroeg aan de overheid, de politiek: ‘zorg voor snelheid, dynamiek in het beleid’ en tegelijk, ‘wees consistent, betrouwbaar door niet te veel te zwalken, te veranderen’. Het eerste betekent ‘kom dicht bij ons, luister voortdurend naar ons’. Het tweede zegt ‘houdt afstand, blijf bij je lijn, wat er ook gebeurt’.

Zo nu en dan moet je wel. Maar eigenlijk gaat het er vooral om dat we de politiek duidelijk maken dat we als bedrijven met rust gelaten willen worden, zelf ons ding moeten kunnen doen. Ja, natuurlijk moet er geld zijn voor onderzoek en voor wetenschap. Maar laat dat nou maar gewoon doorlopen. Geen laissez faire, laissez passer, maar laat ieder in zijn eigen rol en waarde. En wat Frissen ons ook leert, in navolging van anderen die er voor doorgeleerd hebben, gun de politiek, het bestuur, haar verhalen waarop de macht is gebaseerd, de mythes. Het verhaal van de Vader des Vaderlands, op basis waarvan we Willem als koning hebben. Laat maar, die rituelen van de debatten en formaties en regeerakkoorden en de symbolen van Prinsjesdag en het ruziën met Poetin. Respecteren en relativeren, laat maar….