Column & Opinie

Inspiratie uit de nieuwe generatie

Het wordt tijd voor de doorbraak van een nieuwe generatie technologieondernemers. Het begint op te vallen dat de gevestigde orde weinig ander nieuws weet te bedenken dan nog meer draadloze communicatie, nog meer virtualiteit. Het boek van Sherry Turkle, Alone Together, is een signaal dat die trend eindig is. In onze omgeving zien we dat vooral mannen van boven de veertig er steeds maar op blijven hameren dat we het moeten hebben van meer gebruik van de virtuele wereld, van social media. Jongeren hebben het daar helemaal niet over. Ze gebruiken het wel, als vanzelfsprekend. Zij verwachten er verder niets extra's van.

De nieuwe generatie technologieondernemers, jonger dan veertig, doet het met hardware. Je vindt ze binnen FHI bijvoorbeeld in de micronano-clubs. In het cluster microfluidics loopt er een stel rond. Ze doen het met hardware, dat wil zeggen dat ze bezig zijn echt nieuwe dingen te doen, op basis van nieuwe materialen die voorheen niet bestonden. Ze zijn bezig nieuwe dingen te doen op basis van nog niet eerder vertoonde fysieke processen, met biologisch materiaal, op moleculaire- en atomaire schaal, met licht en fotonen. Verdien daar maar eens geld mee….

Dat doen ze niet op de manier die twintig jaar geleden de ‘new economy’ heette en nog steeds door veel mensen als geweldig eenentwintigste-eeuws wordt gezien. Ik bedoel het businessmodel dat leidde tot de internetbubble in de tijd van Nina Brink en Maurice de Hond, het model dat uiteindelijk zelfs de oorzaak werd van de kredietcrisis. Dat model, waarin je het soms wel meer dan tien jaar lang kunt volhouden zonder winst, zelfs zonder omzet te maken, terwijl er wel voortdurend geld in de organisatie wordt gepompt, dat model is niet het model van de huidige nieuwe generatie technologieondernemers.

In het model dat nieuwe inspiratie moet gaan opleveren verdien je minstens drie keer geld, ook al zijn de echt inspirerende ondernemers er helemaal niet op uit een triple rating te krijgen in de Forbes top 10.000, als die al bestaat. De nieuwe jonge generatie technologieondernemers begint eerst met het vermarkten van kennis. In de onderzoeksmarkt, die inmiddels bestaat als echte markt, verdienen ze geld met allerlei inventieve vormen van contractresearch. Daarmee zorg je niet alleen voor ‘brood op de plank’, in de fase dat een eenvoudig broodje nog voldoende is als je net je studentenbestaan achter je hebt. Nee in die periode bouw je meteen, op kosten van de opdrachtgever, heel veel extra technologiekennis en een kennissennetwerk in de markt.

De tweede fase, de tweede bron van geldverdienen wordt daarna het verkopen van producten. Als je bezig bent in de wereld van research, dan kom je altijd tot dingen waarin je uniek bent, die soms ook repeteerbaar zijn en voor verschillende partijen toegevoegde waarde leveren. Dat kunnen hardwarematige producten zijn, maar net zo goed een proces dat wordt vastgelegd in licenseerbaar intellectueel eigendom. Dergelijke processen zijn de laatste tijd ook weer steeds meer hardware gerelateerd: procestechnologie.
Bij het ontwikkelen en uitnutten van deze marktbenadering, businessmodel uitbouw, doen de jonge honden weer heel veel kennis en kennissen op. Je krijgt toegang tot het hele bedrijfsproces van klanten. De weg naar intelligence over wat die klant in de toekomst nodig heeft ligt open.

En dan komt de derde laag in het vizier waarin je geld kunt verdienen en waar ook alle ouwe knarren het al jaren over hebben: het leveren van ‘oplossingen’ voor de klant.
Je wordt niet betaald voor de uren die je besteed, je bent niet afhankelijk van de vraag of je voldoende marge kunt maken op jouw product, maar je deelt mee in de extra opbrengst die jouw klant realiseert dankzij jouw ‘oplossing’.

Is dat nou allemaal zo nieuw, nooit eerder vertoond? Nee, natuurlijk niet. Dit gebeurt de laatste decennia op veel plekken in onze branche. Wat altijd nieuw is, bij elke nieuwe generatie met ‘guts’, dat is dat het weer helemaal fris gebeurt, met hogere snelheid, kortere doorlooptijden dan voorheen.
Alle drie de verdienmodellen tegelijk, dat kan ook, al blijft focus noodzakelijk. Het snel schakelen tussen breed kijken, visionair en het meteen daarna weer focussen, dat kunnen jonge geesten beter, makkelijker. Tegelijk de aansluiting maken met wat technologisch inhoudelijk gebeurt, in de wetenschap en binnen bedrijven, die koppeling vereist een multitasking competentie die slijt, als je die vaardigheid al had ontwikkeld.

En dan, tijdgeest gebonden, je hebt een omgeving nodig van vrienden en rivalen van gelijke leeftijd die jou het vertrouwen geven dat het allemaal leuk en zinvol is. De gedachte ‘als hij het kan, dan kan ik het ook’ geeft een generatie vleugels.

Uit de weg babyboomers en generatie-niks, de Einsteiners nemen het over. Laat je door hen inspireren, dan kun je nog veel lol beleven en hoef je niet voortdurend te verzuchten ‘waar is mijn pensioen gebleven?’