Column & Opinie Paul Petersen

Over Paul Petersen

Sinds 2000 is Paul werkzaam voor FHI, federatie van technologiebranches.

De combinatie van maatschappelijke uitdagingen met samenwerking in bedrijfsketens en het toepassen van technologie ziet hij als een voortdurende inspiratiebron.

Innovatie in een coalitie-akkoord

Het coalitieakkoord biedt veel aan wetenschap, innovatie en technologie. Het groeifonds krijgt een aanpassing met € 6,7 miljard. Onderzoek en wetenschap krijgen € 500 miljoen per jaar erbij. De focus wordt gelegd op chips- en sleutel technologieën. Vanzelfsprekend benadrukt de nieuwe regering het belang van digitalisering, de creatieve industrie, kringlooplandbouw, klimaatneutrale technologieën en de lucht- en scheepvaart.

Wat mij betreft is het een snoepjeswinkel, waar je niet kan kiezen uit alle lekkernijen.

Termen als publiek-private samenwerking, stimuleringsbeleid, beschermingsbeleid en groen industriebeleid doen het ook goed, maar de betekenis achter deze woorden wordt wellicht gemist. Het is te prijzen dat het kabinet hiermee bedoelt zich in te zetten voor een strategisch industriebeleid en strategische autonomie van de EU.

Wat mij betreft is dit allemaal positief, want het is gewoon van belang voor de maatschappij.

De uitwerking in de praktijk is natuurlijk de grootste uitdaging. Mijn leven lang ben ik gewend dat dergelijk beleid vertaald wordt in termen als valorisatie. Dat komt er op neer, dat men een belangrijke schakel ziet in het vertalen van de wetenschappelijke kennis naar waarde bij bedrijven in de Nederlandse economie. Ook dat is trouwens te prijzen. De krachten van R&D en OEM’ers in Europa kunnen hiermee op een goede manier gevoed worden.

De grootste voorbeelden van innovaties hoor ik vooral uit het midden- en klein bedrijf: Machinebouwers die op een volledig andere manier samenwerken met alle partners en daarmee vernieuwen in producten en processen. Bedrijven in de gebouwde omgeving die door een gezonde afstemming in de keten efficiënter en effectiever kunnen zijn. Industrieën die gewoon door te experimenteren met waterstof eerder voorbereid zijn op de gewenste transitie. Deze praktische voorbeelden geven de richting om zaken concreet te realiseren.

Als Nederland en Europa de ambities echt gaan invullen: wie gaat dan zo snel een enorme toename aan projecten realiseren? Waar halen we de benodigde professionals vandaan? Wie zorgt voor de productie van alle gewenste (nieuwe) grondstoffen en half-fabrikaten? Welke bedrijfsketen werkt zo intensief samen, dat we het ook allemaal doen?

De echte innovatie mag zich nog aandienen in een bredere maatschappelijke samenwerking.