Column & Opinie Jan W. Veltman

Over Jan W. Veltman

Als onafhankelijk consultant is Jan sinds 1 januari 2000  betrokken bij de ontwikkeling, marketing en sales van de nieuwste technologieën.

Via zijn columns geeft Jan al vanaf 2006 zijn wereldbeeld weer. Hierbij probeert hij helderheid te scheppen in de wonderlijke wereld van techniek, de mens en de actualiteit.

Helemaal goed!

(Of: "Hoe we Lubberiaans maar het beste kunnen mijden")

Merkt u het ook wel eens op? Als je bij binnenkomst in een winkel, of erger een restaurant, een vraag stelt zoals “Heeft u een lekker biertje voor mij?” dat u als antwoord “Helemaal goed” te horen krijgt?

Elke keer als ik dat als reactie op een vraag of een opmerking krijg verbaas ik me weer. Wát is er nu helemaal goed? Dat ik een vraag stel, of dat ik om dat biertje vraag? Betekent dit dat ik oud genoeg gevonden wordt om bier te mogen bestellen? Allemaal vragen, maar geen antwoord op mijn vraag!
Kijken naar de leeftijd van het meisje dat de opmerking “Helemaal goed” maakt (ik heb het alleen nog maar van meisjes gehoord) denk ik je zou mijn dochter kunnen zijn, in een aantal gevallen zelfs mijn kleindochter……

Nu weet ik ook wel dat elke generatie zijn eigen stopwoorden en uitdrukkingen heeft. Wie heeft er nog een beeld bij de uitdrukking “Lubberiaans”?
Voor de lezers die het zich niet meer direct herinneren, het woord Lubberiaans is afgeleid van de wat pluizige manier van formuleren van onze vroegere minister president Ruud Lubbers, eind tachtiger jaren. Daar waar botsende belangen tussen verschillende (maatschappelijke) partijen bestonden zag Lubbers vrijwel altijd kans ergens een middenweg te vinden om die partijen weer bij elkaar te brengen. Met creatief omfloerste’ omschrijvingen van zowel de vraag als de oplossing konden alle partijen in de gekozen bewoordingen wel iets van hun gading vinden.

Delen hiervan vinden we ook terug bij de huidige generatie politici, met name vage omschrijvingen van oplossingen. Waar een politicus als Wilders uiterst creatief en duidelijk is in de manier waarop hij zijn zienswijze etaleert kiest hij voor zijn ‘mogelijke’ oplossingen voor een deel de Lubberiaanse aanpak. Vragen hierover beantwoordt hij meestal niet en waar een antwoord komt is het nietszeggend. Onze opkomende zolderkamer filosoof pakt het helemaal Lubberiaans aan.
Naast uiterst onbegrijpelijke omschrijvingen van probleem en antwoord ziet hij zelfs kans zijn visie, indien aanwezig, onbegrijpelijk te verwoorden.
Beiden geven onze politiek daarmee een uiterst kleurrijk accent.

Hoe zou het nu zijn als we eenzelfde kleurrijke manier hanteren bij het ontwerpen van technische systemen?
In plaats van het hanteren van verifieerbare feiten (stromen, spanningen, druk en andere natuurkundige grootheden) gaan we naar een omfloerste omschrijving van de technische uitdaging en zijn oplossing.
Velen van ons, als technici, hebben al last van de vage omschrijvingen die door marketingafdelingen of journalisten gehanteerd worden. Hoe zou dat zijn als in het technische domein Lubberiaans gesproken wordt? Zo kom je toch nooit tot een goed en veilig product?

Heeft Boeing hiervan misschien last gehad bij het ontwerpen van de 737-MAX? Er om heen draaien, vage, of geen, oplossingsomschrijvingen. Om hier achter te komen moesten er wel eerst 2 vliegtuigen neerstorten.

Hoe kunnen, en willen, wij onze politici beoordelen als deze zich niet duidelijk uitspreken?
Zelf heb ik die keuze al gemaakt, een ‘vage’ politicus wantrouw ik per definitie, dan maar kiezen uit wat er overblijft en hen die, net als Lubbers vroeger, proberen om partijen bij elkaar te brengen.