Column & Opinie

Gaat het dan toch om geld?

De wereld van overheden en banken, schulden en tegoeden, rente en valuta, aandelen, obligaties en derivaten, het beheerst ons lezen, praten, horen en denken. Bedrijven in onze business, techniek en technologie ervaren steeds meer dat we in een andere wereld leven. Deze wereld noemen we nu ‘de reële economie', omdat we het gedoe uit de pas zien lopen en het liefst helemaal negeren.

Niettemin, als onze Minister van Economische Zaken Landbouw en Innovatie zijn topsectorenbeleid presenteert, dan ligt toch weer vooral de nadruk op geld, kredieten en fiscale faciliteiten. Gaat het daar nu werkelijk om in onze reële economie? Krijgen we te weinig betaald voor wat we doen en leveren? Komen er geen opdrachten meer? Ok, er moet vaak voorgefinancierd worden, maar is dat echt zo veel meer dan anders?
De analyse in de technologiebranches maken we al een aantal jaren heel anders. Het gaat vooral om mensen. Daar groeit het probleem nog steeds verder aan. Met geld maak je geen mensen, maar met mensen maak je wel geld. Het is een oneliner die zomaar op kwam toen we spraken over de voorbereiding van ons federatiecongres en de uitnodiging aan Verhagen om te komen spreken.
“We werken nu met vijfenveertig mensen. Ik zou er graag nog vijfenveertig aannemen als we ze konden vinden. We laten nu al jaarlijks voor een miljoen aan opdrachten liggen omdat we de mensen niet hebben”. De verzuchting van Quinten van Ballegooie in ons branchemagazine Signalement is wel gehoord door zijn gesprekspartner Guido Landheer van het ministerie van EL&I, maar kan Landheer er ook iets mee binnen de huidige politiek-bestuurlijke constellatie?
Nog steeds gaat vrijwel elke politieke en publieke discussie uitsluitend over geld. Af en toe roept iemand dat we ‘iets’ moeten doen aan onderwijs en arbeidsmarkt. Daadkracht, doorpakken op dit terrein is er totaal niet bij. Niemand lijkt te weten hoe er iets wezenlijk kan worden veranderd. En als er al voorstellen komen, bijvoorbeeld om de financiële prikkels bij opleidingsinstituten radicaal anders in te richten, dan stranden die voorstellen in het drijfzand van de bureaucratie van de gevestigde belangen. Natuurlijk lossen we veel op met de werving van mensen van buiten Nederland. De landen waar ze vandaan komen liggen steeds dichterbij. Eerst was het nog Oost-Europa, nu ook Spanje en Portugal. Het verlicht ons kortetermijnprobleem een beetje. Als je wat verder kijkt dan zie je dat het pappen en nathouden is.
Braindrain binnen Europa doet de verschillen tussen de Eurolanden groeien. Europa als geheel wordt er niet beter van. En dan gaat het opeens toch weer om geld. Als Europa het moeilijk heeft op de geldmarkt, dan sijpelt dat door naar de reële economie. Zo gezien is dan toch, eerst de mensen en dan het geld.
Laten we daar dan beginnen. Bij de banken hoeven helemaal niet zoveel mensen te werken als er nu zitten. In de gezondheidszorg kunnen we met onze technologie patiënten beter en humaner verzorgen met minder mensen als de technologie goed wordt ingezet. Ambtenaren zijn er ook nog steeds veel te veel. Juristen zouden we eigenlijk vrijwel volledig overbodig moeten kunnen maken. Maar ja, stel dat je dat allemaal lukt, en je krijgt die mensen beschikbaar, wat kunnen ze dan eigenlijk. Zijn ze wel inzetbaar voor de reële economie? Kun je grimeurs inzetten in technologiebedrijven als je even wat minder theaterproducties doet?
Was het maar zo simpel. Zo flexibel is en wordt onze arbeidsmarkt niet. We zullen met elkaar echt strategischer moeten denken en handelen. Vraag en aanbod van geschoolde arbeidskrachten dichter bij elkaar brengen; als je het zo formuleert, dan zegt iedereen ja, natuurlijk. Maar als je dan oppert om scholen, ook hbo, op te knippen, kleinschaliger te maken, dichter bij de ‘afnemer’ van afgestudeerden, en als je dan de suggestie doet dat de financiering, gaat het weer om geld, afhankelijk wordt van de output van afgestudeerden en hun aansluiting op de vraag in het bedrijfsleven, ja dan loop je tegen muren op.
Nu dit al een aantal jaren lang zo doorgaat, krijg je de neiging te concluderen dat het probleem de mensen die het tegenhouden nog te weinig raakt. Ze krijgen hun salaris toch wel. Ze overrulen de discussie over het tekortschieten in het afleveren van mensen voor de arbeidsmarkt door toch maar weer te praten over de problemen van de irreële economie van het geld. The sense of urgency ontbreekt omdat er nog te veel geld is bij instanties die geprikkeld moeten worden tot verandering. Gaat het toch weer om geld. Haal wat geld weg om te zorgen voor mensen die geld kunnen maken, een ronde paradox.