Column & Opinie

En toch kunnen we niet zonder banken

Bankinstellingen waren toch al niet al te populair bij ondernemers. Het is er voor hen de laatste maanden qua imago niet beter op geworden. Tollenaars en woekeraars zijn wat ouderwetse woorden, oplichters en uitzuigers hoor je soms aan de borreltafel. En als dan na het Amrogekrakeel de hypotheekcrisis leidt tot verdamping van beurswaardes; als dan…

Bankinstellingen waren toch al niet al te populair bij ondernemers. Het is er voor hen de laatste maanden qua imago niet beter op geworden. Tollenaars en woekeraars zijn wat ouderwetse woorden, oplichters en uitzuigers hoor je soms aan de borreltafel.
En als dan na het Amrogekrakeel de hypotheekcrisis leidt tot verdamping van beurswaardes; als dan vervolgens ook nog Frankrijk’s tweede bank gruwelijk in de fout gaat; dan is er geen ondernemer meer te porren voor de verdediging van topsalarissen voor bankiers.

En toch kunnen we niet zonder ze … Naarmate we het meer moeten hebben van zaken als Intellectual Property; naarmate we flexibeler willen kunnen opereren in het opzetten, kopen, verkopen en liquideren van bedrijfsactiviteiten, en de snelheid van onze technologische ontwikkeling eist dat, net zo goed als de noodzaak tot productiviteitsgroei, naarmate we die flexibiliteit nodig hebben, kunnen we ook niet zonder dienstverlening die zorgt voor buffers tussen de ruilhandel.

Maar hoe zit dat nou met ‘duurzaamheid’? Zo’n hypedoelstelling moet toch leiden tot meer rust, al was het maar intrinsieke rust. Duurzaamheid neigt bijna naar conservatisme, gerichtheid op continuïteit. Daar zouden banken van moeten houden. Lopen ze dan misschien zo achter dat de geldfabrieken nu pas te maken hebben met het leeglopen van hun interne IT-ballonnen?

Het heeft er alle schijn van dat de banken in de afgelopen jaren te gemakkelijk geld hebben verdiend. De grote bedrijven werden langzamerhand allemaal geleid door bankiers die directeurtje aan het spelen waren. De leiding van de kleinere bedrijven bestond uit drie categorieën: degenen die snel die bankierstypes achterna wilden; degenen die zich te zwak voelden om tegen al dat geweld op te kunnen en de eigenwijze directeurs/grootaandeelhouders die gewoon succesvol hun eigen gang gingen en gaan, met een gezonde mix tussen flexibiliteit, dynamiek en continuïteit. Die laatsten zorgden er voor dat zij niet te afhankelijk werden van de bank.

Maar toch, ook zij hadden en hebben de banken nodig, net zo goed als de banken hen nodig hebben. Eens temeer mogen we ons als Nederland gelukkig prijzen met ons in buitenlandse ogen overmatig conservatieve spaarstelsel voor pensioenen, gericht op duurzaamheid. We mogen ons gelukkig prijzen met de komst van de euro, die, anders dan Pim Fortuyn ooit voorspelde, de stabiliteit heeft bevorderd, zo niet gered. Natuurlijk hebben aardgasbaten, met name in onze technologiemarkt, geholpen om de investeringen in research op peil te houden. Maar er zijn zat landen te noemen, aan te wijzen die de opbrengsten van hun natuurlijke hulpbronnen hebben verkwist, aan oorlogvoering en overmatige decadentie.

Er is absoluut geen reden voor paniek over de economie. Maar er is wel reden om als Nederland en als Europa te beseffen welke verantwoordelijkheid we op dit moment hebben voor de wereldeconomie. Meer dan ooit is dat een gedeelde, gedistribueerde, zo u wilt gedemocratiseerde, verantwoordelijkheid. Voor een belangrijk deel ligt die verantwoordelijkheid bij technologische bedrijven. Die zijn per stuk lang niet zo groot en dominant meer als twee decennia geleden. Waar de voorgangers van meneer Wientjes van het VNO na raadpleging van pakweg zes Captains of Industry kon spreken namens tachtig procent van de werkgelegenheid, geldt dat nu allang niet meer. Toen die machtsconcentratie verdween, leek het alsof een paar bankdirecteuren samen alles konden beslissen. Nu blijkt dat het gaat om het brede gedistribueerde netwerk van ondernemers in kleine en middelgrote, internationaal opererende bedrijven.

Maar juist in zo’n ecosysteem zijn intermediaire buffers noodzakelijk, de banken dus, mits zij gecalculeerde risico’s kunnen en durven nemen daar waar dat hoort: bij ondernemers met commitment voor waar zij voor gaan, die oog hebben voor de continuïteitswaarde van technologie. Noem het desnoods duurzaamheid.

Drs. J.C. Groeneveld