Column & Opinie

Dutch dream for an American

The American Dream was ongeveer een eeuw lang mythisch. Dat is all over now. Amerikaanse films, auto’s, hamburgers en computers hebben inmiddels vooral nostalgische waarde. Cees Dekker ging niet naar de States om daar met Joods-Amerikaans geld van de Kavli-familie onderzoek te doen naar nanotechnologie. Kom maar hierheen als je iets wilt. Het Kavli Instituut…

The American Dream was ongeveer een eeuw lang mythisch. Dat is all over now. Amerikaanse films, auto’s, hamburgers en computers hebben inmiddels vooral nostalgische waarde. Cees Dekker ging niet naar de States om daar met Joods-Amerikaans geld van de Kavli-familie onderzoek te doen naar nanotechnologie. Kom maar hierheen als je iets wilt. Het Kavli Instituut staat nu in Delft.
De Amerikaanse bedrijven Varian, Dow, FEI, ze doen hun research en engineering vooral in dit kikkerlandje.

“Met deze beurs zijn al mijn zorgen weg en kan ik mijn droom vervullen”, sprak de Amerikaan Jason Dekdebrun. Hij kreeg een beurs van twintigduizend euro van NXP, via het Innovatieplatform, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de chip. Dekdebrun kan daarvan zijn masterstudie betalen die hij gaat doen in Nederland. “Iedereen in Amerika weet dat je voor natuur- en wiskunde in Nederland moet zijn. Op die wetenschappelijke gebieden blinkt Nederland uit”, sprak de Amerikaanse jongeling met gevoel voor marketing. Niettemin, hij bevestigt hiermee een tijdsbeeld. Het land dat met straatlengtes voorsprong het meeste voedsel produceert per vierkante kilometer is al lange tijd geen land meer van boeren, zeevaarders en dominees. De Dutch Dream gaat op heden heel wat verder dan de folklore van weed, bloot en Paradiso in Amsterdam.

Het kan dus toch, talent interesseren voor Nederland. Het blijft ook hard nodig, al komen er tien recessies. Als Kees Beenakker op hetzelfde feestje van de chip-die-Abraham-ziet moet constateren dat de instroom van elektrotechniekstudenten in Delft niet meer dan een kwart van het aantal van 1987 is, dan is the sense of urgency voorlopig nog kolossaal.
Hier en daar lijkt het kwartje te gaan vallen, “the point hit home”, schrijft Steven Stupp in het Holland Handbook, the indispensable book for the expatriate. Dat boek is een voorbeeld van het vallende kwartje. Een aantrekkelijk boek dat uitgaat van mensen die dromen van een carrière in Holland en dat informatie geeft om die droom waar te kunnen maken.

De verschillende ministeries zijn er mee bezig, brengen de partijen bijeen die er mee te maken krijgen: de universiteiten, bedrijven, maar ook de gemeentes, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en bureaus die er hun werk van maken om mensen naar binnen te loodsen. Jawel, die loodsbootjes zijn meer dan noodzakelijk.
En nog steeds zijn de drempels onnodig hoog. De immigrant moet minstens twintig procent meer verdienen dan de gemiddelde Nederlander. Had een bedrijf eindelijk die topkandidaat gestrikt, ziet hij van benoeming af omdat de IND de regel hanteert dat de dochter die achttien is niet mee mag komen!!! In de ons omringende landen kan hij zelfs zijn schoonmoeder meebrengen. Je moet je droom wel kunnen waarmaken …

Alleen al om de tweede Maasvlakte aan te kunnen leggen hebben we de komende jaren zesduizend buitenlanders nodig. Rotterdam wil daartoe een vergunning om hotelboten te kunnen inzetten. Laten we maar denken in luxury termen van een Olympisch dorp. Als straks die vlakte volstaat met hightech procesindustrie dan moeten de mensen die er dan werken ook mooi kunnen wonen. Wie wil daar nou niet bij dat prachtige Noordzeestrand carrière maken?