Column & Opinie

Bedrijvenbrief

Misschien heb ik niet goed gezocht. In geen enkel online woordenboek heb ik het gevonden, het woord ‘bedrijvenbrief'. Minister Maxime stuurt hem een dezer dagen naar de Tweede Kamer. Een klein legertje ambtenaren heeft er sinds de vorming van het Rutte-kabinet aan gewerkt.

Laten we Wikileaks-eerlijk zijn, onder Maria van der Hoeven was de voorbereiding al begonnen. Maar toen heette het beleidsdocument nog ‘industriebrief’ en het ministerie nog Economische Zaken, dus zonder Landbouw en Innovatie. En laten we eerlijk blijven, we hebben best gelegenheid gehad om mee te denken, input te leveren, wij als technologiebranches van FHI.
Is ook helemaal niet zo verkeerd, dat de beleidsnota voor de komende jaren niet meer industrie- maar bedrijvenbrief heet. Onze kenniseconomie is de discussie over wat nou belangrijker is, productie of Research of Development of design of engineering of handel of welke combinatie dan ook het belangrijkste zou moeten zijn. Voor elke onderneming in de technologie geldt dat toegevoegde waarde telt en niets anders. Vrijwel elke onderneming in de technologieketen in Nederland moet het vroeg of laat in zijn ontwikkeling naar volwassenheid hebben van een combinatie van handel, productie, R&D en engineering.
Nog een verandering van woorden. De ‘sleutelgebieden’ uit de voorgaande twee regeringsperiodes heten nu ‘topgebieden’. Niet dat het nu ineens heel andere sectoren zijn waarop wordt gefocust, de verzamelnaam is alleen anders. Nieuwe bezems vegen schoon, hoewel, nieuw…en schoon…?
Niettemin, prima dat nog maar eens benoemd wordt waar we als Nederland sterktes kunnen herkennen. Veel geld om er in te investeren heeft de overheid even niet. Dat moeten we als bedrijven nu zelf doen. Het ministerie van EL&I en het hele kabinet willen vooral ‘meer ruimte’ geven voor het ondernemen. 
We hebben wat tips meegegeven. Als de overheid gebieden definieert en daarbinnen communities bij elkaar brengt en profileert, dan heeft dat vaak een bepaald selffulfilling prophecy effect, zelfs al stopt de overheid er geen of weinig geld in.
Dat betekent dat er dan toch een richtinggevend invloed van uit gaat. Al was het maar omdat mensen graag papegaaien en een Haagse brief tot de best beluisterde papegaaigeluiden behoort.
Dus is het wel degelijk van belang dat helder wordt hoe wij als technologiebedrijven gepositioneerd worden in zo’n notitie. Zie daar de relevantie van onze input.
Waar we de vinger bij hebben gelegd is de positie van enabling technology. Bijna alles wat ‘high tech’ wordt genoemd is ‘enabling’, geen eindproduct, maar componenten, systemen, productiemiddelen, research- en engineeringdiensten, die anderen in staat stellen om producten te maken, diensten te leveren.
En wat dreigt dan heel snel? Als er een sleutelgebied ‘High Tech Systemen en Materialen’ wordt gedefinieerd, en dan nu een topgebied met die of soortgelijke benaming, dan verdwijnt alle enabling technology in dat doosje.
En wat gebeurt er dan met chemie, food, life sciences, water, energie? De focus komt daar als je niet oppast volledig op eindproducten, dat waar we als Nederland nu juist niet zo goed zijn omdat onze thuismarkt voor eindproducten nu eenmaal klein is en niet meer groeit naarmate onze bevolkingspiramide meer en meer een ‘ui’-vorm krijgt. Binnen die eindproduct georiënteerde topgebieden komt de enabling technology, de high tech spullenboel om die eindproducten te vernieuwen en voort te brengen, als je niet oppast helemaal niet voor. Dat specialisme had immers een eigen sleutel-/topgebied.
Het is gesignaleerd. Zien of het er nu ook helder in staat en uit komt.

Tweede knelpunt is en blijft de arbeidsmarkt. Hoera, hoera, het lijkt er op dat de brief gaat erkennen dat de groei van onze kenniseconomie alleen maar duurzaam kan worden als we het arbeidsmarktprobleem erkennen en aanpakken.
Maar is er wel een visie op een gerichte en krachtdadige aanpak? Een voorwaarde waaraan in Den Haag moet worden voldaan blijkt door de jaren heen heel moeilijk in te vullen. Je hebt hier een evenwichtige samenwerking nodig tussen drie ministeries: dat van economie, dat van onderwijs en dat van arbeidsmarkt, sociale zaken.
In dat woord evenwichtig zit ‘em de kneep. Ministeries zijn ook nesten met mensen. Het nest van de buren is er vooral om er eieren uit te pikken of jonkies weg te jagen. Samen in v-vorm met de punt naar voren naar betere oorden vliegen blijft lastig.
Het verdient respect en steun dat ambtenaren, bestuurders en poltici het blijven proberen. Mooi zo’n bedrijvenbrief. Realistisch als je als uitgangspunt neemt dat bedrijven het vooral zelf moeten doen. En laten we vooral ook Den Haag blijven helpen om de beeldvorming goed te krijgen. Onze kenniseconomie bestaat uit een groeiend aantal gemiddeld kleiner wordende bedrijven. Creatieve en eigenwijze kuddedieren zijn de meeste ondernemers. Het helpt als je met elkaar duidelijk maakt waar de zon gaat schijnen, in welke streek je het beste kunt overwinteren of fourageren.

Een bedrijvenbrief kan helpen in de varkenscyclus niet tot doemdenken te vervallen. Kan zicht geven op wat er in de volgende loop van de cyclus aan kansen liggen. Niet meer en niet minder. Een brief vraagt om antwoord, reactie, eerst en vooral in de markt.