Column & Opinie Paul Petersen

Over Paul Petersen

Sinds 2000 is Paul werkzaam voor FHI, federatie van technologiebranches.

De combinatie van maatschappelijke uitdagingen met samenwerking in bedrijfsketens en het toepassen van technologie ziet hij als een voortdurende inspiratiebron.

Artificial Intelligence

Vanaf de financiële crisis in 2008 heeft de wereld heel wat progressie beleefd. Laat ik met de bouw beginnen: er zijn niet erg veel mensen die de huidige groei in de prijzen van huizen, het aantal aankopen en verbouwingen hadden voorspeld. Het tekort aan technici houdt (volgens berichten, ik heb het niet wetenschappelijk onderzocht) de snelheid in de bouw tegen. Tegelijkertijd lezen we over een plan om een miljoen nieuwe huizen tot 2030 te bouwen. Als de wereld ook de energietransitie afgerond wil hebben in die tijd, dan is er nog wat werk te doen.

Sinds de Hannover Messe in 2011 zitten we in de vierde industriële revolutie. De digitalisering en de connectiviteit zetten zich al vele jaren daarvoor door, maar door de meest recente crisis was er natuurlijk ook een nieuwe visie nodig. Vanuit de ervaringen bij events, beurzen en dagelijkse projecten bij FHI-leden kan ik alleen maar beamen dat er steeds meer connectiviteit, communicatie, sensoren, informatie en automatisering gewenst is. Volgens mij zijn er nog niet veel voorbeelden die voldoen aan een ideaalplaatje van Industry 4.0. Geef het tijd, als je begint met een stoomtrein dan is dat ook niet meteen een TGV.

Als ik de Wikipedia-ingrediënten van Industry 4.0 op een rij zet:
– Internet of Things
– Transparantie door kwalitatief sterke informatie uit vele signalen van sensoren
– Technische ondersteuning van “cyber physical systems”
– Gedecentraliseerde beslissingen
dan gaan we al sinds het einde van de vorige eeuw die richting op. De verbeteringen in de technologie zorgen ervoor dat de integratie van de ingrediënten er steeds mooier uitziet. De doorslaggevende stappen liggen in de vertaling van intelligentie.

Er is al een geschiedenis van vele decennia in de elektronica waarin te zien is dat middelen zich steeds verder ontwikkeld hebben: meer rekenkracht, miniaturisering en integratie. De connectiviteit en digitalisering zijn te danken aan de verbeteringen van chips, componenten en communicatiesystemen.

In de automatisering zijn de componenten en systemen ingezet om de industrie, zorg en gebouwen steeds efficiënter en effectiever te laten opereren. Dan heb ik het nog niet over toepassingen in auto’s en defensie. Die gebieden zijn verder, maar ondanks de voorsprong zijn er nog geen vliegende of autonoom rijdende auto’s in het reguliere verkeer. Er is nog terrein te winnen, waarbij ik herhaal dat de belangrijkste stap in de vertaling van intelligentie zal zitten.

Met een simpele zoekopdracht via Google stel ik vast dat er minder studenten Artifical Intelligence dan studenten Biologie in Nederland zijn. Dat is dan nog het aantal, maar wat valt er te zeggen over de kwaliteit van de vakken, de opleidingen en het resultaat in het uiteindelijke werk? Als deze toekomstige technici de werkwijze van onze systemen gaan bepalen dan lijkt mij een positieve connectie van belang.

Integratie van intelligentie uit andere vakgebieden zal systemen pas echt slim en toekomstbestendig maken. Gewenste intelligentie bestaat uit een verzameling van kwaliteiten in de bedrijfsketens. Die zijn er en laten we ze gebruiken.