Column & Opinie

Amerikanen gevaarlijker dan Grieken of Chinezen

Angst is natuurlijk nooit een goede raadgever. Maar dat is nog geen reden om je te gaan gedragen als een struisvogel. Het lijkt er op dat we allemaal een beetje bang zijn dat de crisis, de stagnatie van de groei, lang gaat aanhouden. Een dergelijke angst kan verlammend werken. Bang zijn we dat de zuidelijke landen van Europa, Griekenland, Italië en Spanje, de zaken niet op orde krijgen, te weinig discipline in huis hebben om Europa niet mee te sleuren in een structurele val. Bang zijn we dat China, Brazilië en India zulke sterke economieën worden dat ze ons helemaal niet meer nodig hebben. Maar dit zijn allemaal geen nieuwe fenomenen. Wat ik hier noem speelt al twintig jaar. Daar ligt geen structurele bedreiging die anders is dan we in het verleden steeds het hoofd hebben kunnen bieden. Sterker nog, onze groei van de laatste tien jaar is in hoge mate te danken geweest aan de ‘emerging economies'. En behalve de BRIC landen waren dat eerder ook Spanje, Portugal en toch ook wel een beetje Italië.

Heel bijzonder is het dat er nu angst groeit voor wat er gebeurt in de Verenigde Staten. Het verschijnsel ‘schaliegas’ ligt aan de bron daarvan. Maar het is ook de Obama/Clinton doctrine. Die doctrine wil structureel breken met de gedachte dat de Amerikanen altijd maar oorlog moeten voeren in de wereld. Niet om de democratie te verspreiden en niet om natuurlijke hulpbronnen overal veilig te stellen. De gedachte dat het massaal uit eigen bodem winnen van schaliegas de VS autonoom en autark kunnen maken, van niemand anders meer afhankelijk zullen zijn, past bij de diepgewortelde Yankee/cowboy cultuur. Milieurisico’s nemen in eigen land past daar ook bij. Maar voor ons is dat niet helemaal normaal.

In elk geval sinds de Tweede Wereld Oorlog, maar eigenlijk daarvoor ook al, was Europa gewend dat de VS heel stimulerend waren voor de economische ontwikkeling in Europa, zeker in Nederland, als Gateway to Europe. Zelfs toen de Amerikanen hun blik steeds meer verlegden naar hun westkust en het daarachterliggende Azië, was dat toch niet echt bedreigend. De hele wereldeconomie werd homogener en kon zo blijven groeien. Bovendien opereerden Amerikaanse bedrijven graag in West-Europa, zelfs op een Europese manier. Vooral de procesindustrie deed dat succesvol, passend bij onze cultuur. Ons goedkope aardgas hielp daarbij enorm, want die industrie is energie-intensief. In Frankrijk, België en Duitsland ging dat ook wel goed, met de kernenergie die daar relatief goedkoop werd geleverd.

Maar nu. De kosten voor energie in de VS zijn nog maar dertig procent van die in Europa. En het blijkt inderdaad policy te zijn: de Amerikaanse chemiebedrijven moeten terugkomen naar Uncle Sam! Wij zitten heel verantwoord, vinden we zelf, te prutsen met windmolens en inbrandvliegende zonnepanelen. Zij spuiten water met chemicaliën de grond in om met ontploffingen in gesteente gas naar boven te krijgen en nemen chemische troep en vervuild water als restproduct op de koop toe.

Nu maar bang worden dan? Nee, nee, een nieuwe sense of urgency voor technologische ontwikkeling! Onze Russisch-Nederlandse Nobelprijswinnaar uit Engeland, André Geim, vroeg daar recent om in NRC Handelsblad. En anderhalf jaar geleden kwam een ingenieur van DHV er in een meeting van FHI ook om vragen. Hij was heel concreet: kom alsjeblieft met nieuwe technologie waarmee we het schaliegas wel veilig en verantwoord uit de grond kunnen krijgen. Dat is een technologische uitdaging waar we op in moeten zetten. Maar het is niet de enige en ook niet de meest structurele. Uiteindelijk zullen we het veel meer moeten hebben van procesintensificatie, ik heb het al vaker betoogd. Van chemieprocessen in batch naar biochemie en flowchemie in continuprocessen. Dubbele winst, nee driedubbele winst is er te behalen. De processen worden op disruptieve wijze minder energie-intensief in verhouding tot de uitput. Niet minder dramatisch is de output en opbrengst per hoeveelheid grondstof, biologisch en chemisch. En bovendien, de derde asset, je kunt veel korter op de markt gaan produceren, zowel fysiek, in onze regio waar veel mensen wonen per kilometer, en ook qua ‘time to market’ met een verwende smaak die diversiteit en voortdurende productinnovatie eist. Sorry, de winst is vijfdubbel. Was nog even vergeten dat je meer kunt gaan produceren per oppervlakte, je fabrieken kleiner worden, en in een vol West-Europa is dat super. Net zo goed als het hoge opleidingsniveau van arbeidskrachten perfect past bij het complexer worden van geïntensificeerde productie.

Niet bang zijn dus. Goed om ons heen kijken en letten op die paar roependen in de woestijn. Laten we hopen en er aan werken dat bijvoorbeeld de wijzen en de werkers in het topsectorenbeleid het gaan zien en er naar gaan handelen. Dan kunnen we als Nederland en West-Europa onze leidende positie behouden en versterken, ten gunste van de hele wereldeconomie.